— Hij heeft hier wel geslapen, maar nu is hij gistermiddag plotseling naar Groningen gegaan, om er te spreken.
— Toch niet alleen, wel?
— Nee. Van der Koog houd hem gezelschap.
— Zoo.
Koch vertelde nu, in korte zinnen, wat Bouwer nog niet wist, van hun propagandatocht. Colter vooral was onvermoeid, confereerde eiken dag druk, om de vergaderingen zoo goed mogelijk te doen slagen. De meeste keeren, dat hij sprak, was hij bizonder goed gedisponeerd geweest en sommige spitsvoudige debaters had hij zeer behendig gepareerd. Als hij, Koch, het feit wegdacht, dat Colter rapporten stuurde aan het Partijbestuur, dan was er niets dan lof van hem te zeggen.
— Misschien stel je er ook belang in, te weten, dat hij van elke vergadering een verslagje maakt, voor het Dagblad, eindigde hij.
— Ik heb ze gelezen, antwoordde Bouwer, glimlachend, en begreep dadelijk dat ze alleen van hem konden zijn. Bizonder objectief, laat staan, sympathiek, ten opzichte van onze actie, waren ze niet. Enfin, nu weten we zeker wat we aan hem hebben. We gaan nu maar naar Groningen, Mea.
— Nu al weer? vroeg Koch, teleurgesteld. We hebben vanavond nog wel een propagandabijeenkomst, voor onze krant. Ik had vast op jou gerekend.
— Morgen, besliste Bouwer. Éérst moet die kwestie-Colter uit de wereld zijn. Bespreek maar voor morgenavond een zaal.
— Twee avonden achtereen? vroeg Koch, twijfelend.
— Waarom niet?
Bouwer lachte overmoedig.
In een tijd als dezen moeten we dat kunnen klaarspelen. Eet je maar niet te dik, Mea, je moet aanstonds een telegram en een brief schrijven.
Dadelijk stond ze op, kreeg papier, uit haar tasch en legde het voor zich.
— Klaar. Dicteer nu maar meteen.
Een telegram aan Frits: Blijf eenige dagen weg; brief volgt.
Bouwer belde en gaf den kellner het telegram mee ter verzending.
Nu de brief. Schrijf dat we op inspectie gaan. Laat Frits onmiddellijk een vergadering van het Dagelijksch Bestuur uitschrijven, uit mijn naam dan, en voorstellen Colter te schorsen als gedelegeerd bestuurder, ook uit mijn naam, natuurlijk. Van het schorsingsbesluit mededeeling doen aan den Bond van Colter, den Bakkersbond en een berichtje sturen aan het Partijblad en twee groote dagbladen.
— Anders niet? vroeg het meisje.
— Ja. Hij moet mijn lidmaatschap van de Partij opzeggen. Afgeloo-pen. Oók melden aan de burgerlijke bladen. Dan moet hij zoo snel mogelijk al onze reizende propagandisten aanschrijven, dat de reserve
248