Deze laatste woorden zei ze zachter, maar het was hem, als drongen ze met magische kracht diep in zijn wezen door.
Hij sidderde, als voer electrische stroom door hem. Maar dan, werd hij weer stil, roerloos, scheen hij in peinzerij op te gaan en te verzinken. Nu was het Suze, als bewogen zich zijn lippen, zonder verstaanbare woorden te uiten.
— Ik kan niet, ik kèn niet.... maar ik moet.... moet blijven, zei hij, droomerig. Hij heeft het gezegd: Als jij het bureau verlaat, kan ik net zoo goed de actie stopzetten. Beloof me dat je op je post blijft. Ik m&g niet wegloopen, want ik dien niet hèm, maar de Beweging, ons doel.
Suze, Suze, het is zoo moeilijk, Mea....
Zachtjes schoof ze de schuifdeur open en deed die achter zich weer toe.
24 6