Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    D’r uit! riep ze op schrillen toon. Nou heb je immers je doel bereikt. Als je ’m niet op staanden voet smeert, roep ik de kameraden, dan smijten ze je er uit. Versta je, gore huichelaar?

Meteen legde ze den vinger op een belknopje, in de muur.

Kaufmann grijnsde.

—    O, is hier tegenwoordig een knokploeg aanwezig? Enfin, dat hoort er zeker zoo bij. Nu, wel bedankt dan, voor je tijdige waarschuwing.

Dreigend bleef ze staan, tot ze hem de deur van het kantoor hoorde dichtgooien.

—    Frits, zei ze dan zacht, als sprak ze haar eigen kleinen jongen toe, wees nu niet zoo kleinmoedig. Laat je door dien viezerik niet terneer slaan. Een man mag zich niet door leugens van zoo’n huichelaar van streek laten maken. Kop öp! Wees een vent! Steek een sigaar op en lach dien gluiper uit. Ons werk en ons doel gaan immers over tuig als hij heen. Je moest je te hoog voelen, om over zijn woorden na te denken. Als ik mijn zin had gekregen, zou ik hem niet eens hebben toegelaten.

Hellinga schudde het hoofd, liep het kantoor op en neer, slenterend, sleepend, de handen in de zakken. Dan bleef hij voor haar stil staan, een doffe glans van innige droefenis in de oogen.

—    Gelogen heeft hij niét, Suze, zei hij ontroerd. Hij mag zijn wit hij is, maar dat hij nü waarheid sprak, dat hoorde ik wel aan zijn stem. Alleen. . . .

Hij ging aan zijn bureau zitten, de kin in de handen, en staarde voor zich uit, diep in de verte, over de menschen, over de wereld heen.

Ze keek hem aan, met deernis op het gezicht, schudde zachtjes het hoofd; stil kwam ze bij hem staan. Geruischloos schoof ze een stoel aan, ging zitten en streelde hem liefkoozend over de haren.

—    In ieder geval moet je toch eerst met Mea zelf spreken, vóór je alles als waarheid aanneemt, wat hij beweert.

—    Hij heeft niet gelogen. Gisteravond had ik een voorgevoel, dat er iets niet in orde was en toen kwamen beelden en herinneringen bij me op, die me te denken gaven. Als Mea werkelijk van me hield en zich daarom met me verloofd had, zou ze me niet zoo dikwijls alleen hebben gelaten, om bij Willem te zijn.

—    En je hebt gisteren zelf gewild, dat ze met hem meeging.

—    Gisteren, ja, maar het meest nog, omdat zij er zoo op aandrong. Maar al die andere keeren nam hij haar mee, alsof het vanzelf sprak. Net alsof ze bij hém hoorde en niet bij mij. En toch is ze mijn verloofde en is Bouwer getrouwd.

—    Maar, dat ze zich met je verloofde . . . ., trachtte Suze hem als argument op te dringen.

—    Ja, dat ze zich met mij verloofde, dat is juist wat ik zoo vreemd vind; als ik maar wist, waarom ze het deed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.