Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



schen dag en nacht tezamen zijn, het vanzelfsprekend is, dat ze grooten invloed op elkaar uitoefenen.

Dit zei hij langzaam en bijna fluisterend. Al sprekend ging hij naar de schuifdeur en duwde die open.

—    Nee, nee! riep Hellinga heftig. Nu moet je niet weggaan. Eerst wil ik weten waarom je dat zegt.

Suze stond op en liep bedaard naar de mannen toe.

—    Partijgenoot Kaufmann zei straks direct al dat hij haast had, zei ze op starren toon.

Ze rukte het kamerlid aan de mouw.

Schiet nu maar meteen op! beet ze hem vinnig toe. Je hebt nu je best gedaan en je tegenwoordigheid is hier niet noodig.

Hij lachte hoonend.

—    Ik kan niet beweren dat je me overmatig liefhebt, partijgenoote Van Seventer, zei hij, rochelend. En gastvrij ben je ook niet.

—    Suze. ... ik heb nog iets met Kaufmann te bespreken, zei Hellinga, onzeker. Kom nog even binnen, drong hij bij dezen aan.

—    Partijgenoot Kaufmann heeft haast, herhaalde Suze, de wenkbrauwen fronsend. Laat hij dan liever terug komen als Bouwer er is. Die wil hem vast wel al de inlichtingen geven, die hij wenscht.

—    Waarom wil je me toch zoo gauw kwijt zijn, meisjelief? vroeg Kaufmann ironisch.

—    Waarom? Omdat Max Branders elk oogenblik komen kan en hèm ontmoet je misschien liever niet.

Het woord was er uit, hoezeer ze zich voorgenomen had den mond dicht te klemmen, als het haar zou willen ontsnappen. Maar, nu ze het eenmaal gezegd had, bleef ze staan, onvermurwbaar, bijna dreigend. Nu zou hij toch wel inzien, dacht ze, dat zij alles wist en hem moeilijkheden kon veroorzaken, als hij tegen haar zin in bleef.

—    Zoo, heeft de kleine Gertrud gebabbeld? smaalde hij. Maar waarom zou ik een ontmoeting met Branders mijden? Ik kan je interessante mededeelingen juist aanvullen, hoewel ik het betwijfel, of je vriendin je er erkentelijk voor zal zijn.

Hellinga, die verbaasd van den een naar den ander keek en intus-schen beefde van opwinding en ongeduld, greep hem bij den arm en trok hem het kantoor binnen. Toen smeet hij de schuifdeur dicht.

—    Dat gezanik over Branders kan me niets schelen, zei hij, heesch. Nu verlang ik. . . . ik eisch van je, versta je. . . . dat je me alles. . . . eerlijk zegt ... alles moet ik weten.... ik moét.... versta je.... ?

Zijn denken werd beneveld door een eender gevoel van onrust, als hem den vorigen avond had bevangen, toen Mea wegreed. Vrees, had hij gevoeld, vrees dat haar iets overkomen zou, in den nacht. En plots

239

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.