Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



scheen deze verhouding zelfs in de hand te werken, tegemoet te komen. Was het dan mogelijk, dat een mensch zóó ziendeblind was?

—    Blijf vandaag hiér koffie drinken, zei hij, opeens. Doe het maar, anders ben ik héél alleen. Ik kan niet weg, want nu de machine loopt, moet ik aan het stuurrad blijven, zoolang Willem er niet is.

De bijna teere klank van zijn stem, het vertrouwen en de vereering die er in tot uiting kwamen, deden Suze ontroeren; een vaag woord, dat in haar naar boven dreef, om te trachten den droomer in hem wakker te schudden, drong ze met kracht terug. En tegelijk was ze verheugd, het niét gezegd te hebben. Zij mocht dat ook niet zeggen; het zou geen nut hebben en alleen ellende veroorzaken. Door te zinspelen op iets wat iedereen, buiten hem, duidelijk was, kon ze ten hoogste hem verdriet doen, terwijl de zaak zou blijven zooals ze was.

—    Zouden ze vandaag niet meer terug komen? vroeg ze slechts, aarzelend.

—    Wié weet dat ooit zeker, van Willem? Hij is iemand van impulsieve invallen. Als hij met Colter afgerekend heeft, trekt hij misschien meteen het heele land door. Hij is altijd onvermoeid. Dus je houdt me gezelschap?

—    Graag, zei ze hartelijk.

Moeder Kooymans dekte voor hen, in het privé-kantoor. Onder het koffiedrinken vertelde Hellinga dat hij, na zijn trouwen, in de provincie wou gaan wonen. Na de reorganisatie van het Verbond zou hem misschien een werkkring in een kleine stad worden aangewezen. Bouwer zou daar wel voor zorgen, als hij hem er om verzocht. Hij zei dat op zoo vertrouwenden toon, als een kind dat over zijn vader sprak. En toch was hij slechts vijf, zes jaar jonger dan de leider.

Nu scheen hij méér vertrouwen in Suze te krijgen en begon hij te praten over Bouwers groote plannen. Eerstens zou het wezen der Arbeidersbeweging een groote vereenvoudiging ondergaan. De bezoldigde bestuuders zouden bijna allemaal worden uitgeschakeld en daardoor zou het motief voor hooge contributiën vervallen. In de uitvoerende regee-ring van het land moesten vertegenwoordigers komen van de hand- en geest-arbeiders, van de vrije beroepen, de bedrijfsleiders, kooplieden, in-dustrieelen en financiers. Er zou worden getracht, uitsluitingen en werkstakingen te voorkomen, als onmaatschappelijke middelen tot overtuiging. Om zulks met succes te doen, zou er allereerst naar worden gestreefd, in de voornaamste behoeften van een ieder te voorzien. Luiheid zou worden beschouwd als een afwijking van den geest, zoowel bij bezittenden als bij menschen uit het volk. Echter zou met verstan-digen drang worden tegen gegaan, dat dergelijke abnormalen, indien zij in bezit waren van onmatig veel geld, dit verkwisten met uitspattingen

234

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.