Den volgenden dag was Suze met minder lust dan gewoonlijk bij haar werk. Voortdurend moest ze denken aan moeders beklag, over vader en peinzen over haar woorden.
Vader was nu al eenige dagen in den weer met het lossen van een gekantelde aardappelschuit, een werk dat hem door niemand was opgedragen en dat hem, naar alle waarschijnlijkheid, geen loon zou opbrengen. Eerder veel last, veronderstelde moeder. In vaders gezelschap begreep Suze meer van zijn primitieve en toch vreemd samengestelde natuur, dan in dit bureau, waar zaken werden afgehandeld, als op elk bedrijfs-kantoor. In Gerrits wezen leefde een drang om gewichtig te schijnen èn, om overal te helpen waar, naar hij meende, zijn bijstand noodig was. In een samenleving die gebaseerd was op liefde en wederzijdsch hulpbetoon, zou haar vader een subliem en geëerd lid der gemeenschap zijn geweest en als zoodanig zijn beschouwd. Maar zooals de maatschappij nu eenmaal was, kon zij hem slechts zien, volgens de geldende wijze en wel, als een domoor en een bemoeial. Inderdaad ging het hem niets aan, al lag de Prinsengracht vol gekantelde aardappelschuiten en had hij zich er niet mee te bemoeien, zoolang de eigenaars of hun vertegenwoordigers hem het lossen niet opdroegen, volgens een bepaald loon. Maar dat had ze liever niet gezegd tegen moeder, daar deze al genoeg verdriet had van Gerrits onoordeelkundig optreden.
Dagen lang werkte hij nu pootaan, in de tegenwoordigheid en onder de aanmoedignede woorden van zijn buurtgenooten. Hij alleen schepte de groote manden vol, bracht ze aan wal en reed ze in een handkar naar een kelder van Manken Dries. De moeder van Lau van der Neut had tante Jans gewaarschuwd dat het wel een buurtlolletje was, maar dat Gerrit de eenige was die er last door kon krijgen, als de verzekeringmaat-schappij geen genoegen nam, met zijn eigenmachtig lossen. En het ergste was, dat, als de aardappelen eenmaal in Manken Dries’ kelder lagen, niemand hèm noodzaken kon, ze weer af te stan. Het geval was nu wel begonnen als grap, om Linken Gerrit een paar dagen voor niets te laten zwoegen, maar als de justitie zich er mee bemoeide, kon het nog allerlei rare gevolgen hebben.
Den vorigen dag had moeder hem nog eens duchtig de waarheid gezegd, doch Gerrit had zich niet alleen niet aan haar gestoord, maar haar zelfs weer geslagen. Vroeger had hij dat nooit zoo kort na elkaar gedaan, waarom moeder dan ook tegen haar had gezegd bang te zijn, dat vader de linkheid naar zijn kop was geslagen. Ook Gertrud had Suze weer reden tot ongerustheid gegeven. Ze bleef gedurende de laatste dagen wel thuis, als geheel in afwachting van haar trouwen, maar sinds haar uitstapje met Kaufmann scheen ze toch veranderd te zijn. Wel had ze opnieuw beweerd groote minachting voor hem te voelen, maar daarentegen had ze herhaald, dat het uitgaan toch ook wel een prettigen kant had. Dat
231