WaS meestentijds alleen aanwezig. Mea werkte bijna alle dagen op zijn privé-kantoor en ze vergezelde hem op zijn meeste reizen. Na het ontslag van Bogaerts had Bouwer Hellinga tot secretaris en chef van het hoofdkwartier, zooals hij het bureau schertsend noemde, aangesteld. Hellinga had tevens het toezicht over de Technische Afdeeling, op een hoogere verdieping, die de teekeningen en plannen voor kieskringen, steden en dorpen uitwerkte en verveelvuldigde.
Nu kwamen eiken dag rapporten binnen, van reizende bondsbestuur-ders, die in statistieken werden vastgelegd en in staten ingedeeld. De kaartenkamer van die Afdeeling schafte Bouwer een nauwkeurig, voortdurend aangroeiend overzicht van zijn aanhang, in alle plaatsen waar zijn vrienden gesproken hadden. Zoodoende kon hij tamelijk juist de minimum-kansen berekenen, die deze campagne hem opleverde. Ook was hij door die dagelijksche rapporten in staat na te gaan, hoe in het algemeen de arbeiders zich stelden ten opzichte van zijn actie. Reeds aangekondigde stakingen werden, bleek hem, uitgesteld, in vele plaatsen werden overtollige, bezoldigde bestuurders ontslageu en hier en daar ontbonden zich afdeelingen van de Partij. In vele rapporten werd er melding van gemaakt dat arbeiders bij tientallen tegelijk hun abonnement op het partijdagblad opzegden. Het scheen dat ze door walging werden bevangen, voor den openlijk bedriegelijken keuken-romanti-schen inhoud van de krant. En op verscheidene vergaderingen met de bondsbestuurders hadden arbeiders den wensch geuit, dat het Verbond zelf een dagblad stichten zou, met een beteren inhoud en redacteuren van hooger gehalte dan het partijdagblad had.
Toen Bouwer inzag dat dat idee ingang begon te krijgen in verschillende provinciën, belegde hij een congres met bestuurders van bonden, die weinig of in het geheel niet waren aangetast door de fraseologie der Partij. Dit congres machtigde hem een leening uit te schrijven van twee millioen gulden, welk bedrag als grondkapitaal voor een nieuw dagblad zou worden aangewend. Hij bedong tevens het recht, kunstenaars, intellectueelen, technici, bedrijfsleiders en beoefenaren van wetenschappen uit verschillende kringen tot medewerking aan het nieuwe blad uit te noodigen. Als eenige beperking werd bepaald, dat medewerkers aan het partijdagblad, die door hun uitspattingen en corruptieve handelingen de Beweging schande en schade hadden berokkend, nooit veroorloofd zou worden in het nieuwe dagblad te schrijven. Deze bepaling werd tevens van toepassing geacht ten opzichte van de beklagens-waardigen, die behept waren met de psychische afwijking, waaraan Sauerman en Van der Voorde leden. Bouwer verlangde dat een uitzondering zou worden gemaakt voor dergelijken, die blijk gaven van een hooggestemd karakter. De meerderheid van het congres wilde daar echter niet van weten. Verondersteld werd dat van die ongelukkigen altijd een
227