Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



hen vandaan was gekrabbeld en toen begonnen de jonge kerels pas goed te stoeien. Gerrit had de grootste moeite hen te scheiden en aan het werk te zetten. Toen ze eindelijk kwansuis ernstig een mand vol gooiden, keek hij trotsch om zich heen. Nu had hij twee man aan het werk en wel zestig buurtgenooten zagen hem op de schuit als losbaas staan.

Als tante Jans nu nog niet geloofde dat hij link was . . .

Willem Bouwer doorleefde een periode die hij volmaakt gelukkig zou hebben genoemd, indien hij een persoon was geweest die zich zelf analyseerde. Maar, daar deed hij niet aan. Hij leefde slechts, werkte en genoot. En alles ontwikkelde zich zoo regelmatig, als vanzelf, dat hij soms niet wist, of hij wel leiding gaf, of dat de omstandigheden zichzelf maakten en hij slechts had te volgen.

Toch was hij er zeker van, dat er niets gebeurde tégen zijn zin of bedoeling in en dat, zooals de actie haar verloop had, dat volkomen plaatsvond in overeenstemming met zijn kijk op het leven èn volgens zijn verlangen, een leidende hand te hebben in de omstandigheden van de groote Arbeidersbeweging.

Gedurende den laatsten tijd had hij zich geheel vrijgemaakt van frasen en hypothesen en zich de praktijk en de feiten als basis gesteld, volgens welke hij oordeelde en waar hij op wilde voortbouwen. Hij had de leugen leeren inzien van de leer, dat de arbeiders, individueel of collectief, een nieuwe beschaving, een nieuwen vorm van samenleving zouden kunnen of zelfs maar willen brengen. Hij had ervaren dat het volume menschelijke begeerten, verlangens, hoop en verwachtingen bij de individuen, onderling, slechts weinig, en meestal eerder gradueel dan essentieel verschilde. En daar had hij de gevolgtrekking uit gemaakt, dat de Mensch één, éénder en gelijksoortig is, en als persoon gelijk aan en onafscheidelijk van de gansche Menschheid in al haar vormen en uitingen.

Zijn geloof in de profetie dat eens het Socialisme komen zou, was verdwenen; de bewuste hoop der enkelingen en de onbewuste der niet-denkenden, dat het eens de Wereld zou beheerschen, was geheel uit hem weggevaagd. De individuen, die hij uit arbeiderskringen naar voren had zien komen, om, maatschappelijk, te stijgen, hadden allen spoedig de maatschappij, zooals ze nu was, aanvaard, in al haar vormen en uitingen, met al haar kansen en voordeelen. En de individuen die hij uit de bevoorrechte kringen tot de arbeiders had zien afdalen, hadden zich dra doen kennen als half-onmachtigen, die eerder de hulp der arbeiders behoefden, om in het leven te slagen, dan dat ze dezen konden helpen. De weinigen onder hen, die uit geestelijken scheppings-

224

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.