Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



opruimen en straks ga ik Dirkje aankleeden. En ik moet mijn kleeren ook verstellen.

—    Zal je nu heusch niet weer wegloopen? vroeg Suze, zacht.

—    Op mijn woord. Ik griezel van den vent. Als je eens wist . . .

Suze trippelde de gladde, uitgesleten treden der oude trap af. Begee-

rig snoof ze de sneeuw-frissche buitenlucht op; nu voelde ze eerst hoe bedompt het in de rookerige huiskamer was.

Op den hoek van de dwarsstraat stond haar vader, zijn magere gestalte rillend in het korte jasje. Hem zoo van achteren ziend, zijn mage-ren, rooden hals, het smalle achterhoofd, zijn afstaande ooren, schudde ze teleurgesteld het hoofd. Nee, een intelligent type was haar vader niet, jammer. Maar ze hield toch veel van hem, voelde ze meteen weer, al was het maar alleen om zijn goedige domheid en altijd bereidwillige, belanglooze hulpvaardigheid. Manke Dries en Schele Ko, een lange, jonge vent, stonden heftig tegen hem te praten, als kostte het hun moeite, hem te overtuigen. Ko zei Suze „tabé”, met de hand en oogde haar een eind na.

Beide mannen behoorden tot de Havenreserve en hoefden alleen bij hooge uitzondering te werken. Daar hun onderhoud, door een vaste uitkeering, verzekerd was, hunkerden ze alleen maar naar afleiding, om de lange dagen en avonden door te komen.

—    Gerrit, begon Schele Ko weer, toen Suze om den hoek verdwenen was, jij ferbeeldt je eige ommers dat je link bint, niet maat?

—    Bin ik ook, bevestigde Gerrit, op vasten toon.

Ko trapte Manken Dries, die volstrekt niet mank was, op den voet, om hem er aan te herinneren dat het nu zijn beurt was.

—    Soo? begon deze. Laat ik je dan fertelle, man, dat tante Jans ook gis is.

—    Gis is se, fast secuur, daar is se me wijf foor.

—    Wat gis! viel Schele Ko uit, link is se. Niet om je op je fessie te spuge, Gerrit, maar tante Jans is linker as jij.

Gerrits domme, uitdrukkinglooze oogen staarden van zijn eenen vriend naar den anderen.

—    Find jij tante Jans link? vroeg hij, verbaasd. Nou, link is se seker, daar is se me wijf foor, maar niet soo link as ik. Ik bin feul linker as sij.

—    Sóó, bromde Schele Ko, afkeurend. Ofer wat hêt se dan tege Mie Leune gesegd, dat jij net soo link bint, as de staart fan een dooie kat? Dat is me wel een beetje tè link. As ik ’n wijf had en se séi dat fan me, al was se een kerel as een boom, nou, dan wist ik ’t wel.

—    Op wiè is dat gemunt, Schele?

—    Op wie anders dan op jou? Snap je dat geeneens?

—    Hêt tante Jant niet gesegd, zei Gerrit, weifelend.

—    Dries, hêt se ’t gesegd, of staan ik te liege. Nou, dan mag ik hier

221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.