— Geddit ook boos wees, zei hij nu gedecideerd. Geddit hét schreeft.
— Dirkje moet zoet zijn.
— Schon wach, Suze? vroeg Gertrud.
— Ja, kom binnen.
— Jans hêt ook schreeft, ging Dirkje onverstoord voort.
Suze was al geheel gekleed en haalde nog even een kam door haar haar. Dirkje hing met zijn bovenlijfje uit bed te babbelen en wuifde Gertrud met zijn handje toe. Ze ging bij hem zitten en sloeg den arm om hem heen. Suze knikte haar toe, maar zweeg.
— Nanu, bist de mir böse? vroeg ze dan.
— Dat had ik nu niet van je verwacht, Gert, zei het oudere meisje, op ernstigen toon. Het gaat me niets aan en ik wil je ook niets vragen, maar ik vind het heelemaal niet lief van je. Hou je zóó weinig van Max? En over een week trouwen jullie nog wel.
Gertrud zoende Dirkje nog eens; ze hief het gezicht nu berouwvol tot Suze op.
— Ik zal het werkelijk nóóit weer doen, zei ze zacht.
— Je had het dezen keer ook niet mogen doen en zeker niet met Kaufmann. Weet je niet dat de heele Partij vies van hem is?
— Hij zei, ik moést mee en ik was bang voor hem. Es war aber doch nett, ins Café, zei ze, nu weer opgewekter. Ich hab’ mich furchtbar amusiert.
Suze glimlachte alweer. In de weinige weken dat het meisje bij hen inwoonde, had ze haar al vrij goed leeren kennen. Ze was heel lief van natuur, als ze wilde, en kon zelfs hartelijk zijn en veel voor iemand over hebben. Maar haar begrip van persoonlijke waardigheid en van verantwoordelijkheid stond niet hooger dan van haar Dirkje. Als ze óóit anders was geweest, dan was ze nu wel geheel haar evenwicht kwijt.
Het was haar, door haar gesprekken met Gertrud, volkomen duidelijk en begrijpelijk geworden waarom Max’ zuster haar niet langer in huis had willen houden. Of het Max ooit gelukken zou, van haar de redelijke vrouw en aanhankelijke kameraad te maken, die hij zich wenschte, betwijfelde ze met den dag meer. Ze liet hem dat echter nooit merken. Hij had blijkbaar hoop, dat alles zich ten goede schikken zou en scheen met zijn lot tevreden te zijn. Zij nu had in haar leven reeds geleerd, dat hoop al een groot innerlijk geluk gaf.
Een luide stem drong van beneden tot haar door. Een vrouwenstem antwoordde, verwijtend.
— Jans schreeft, boos is! kraaide Dirkje.
— Dirkje moet slapies gaan, knorde ze. Suze een beker warme melk brengt en dan Dirkje weer slapies gaat. Anders Suze ook boos. Ga je mee, Gert?
Tante Jans was inderdaad al eenige dagen ernstig boos op haar man.
218