Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Nu liep ze haastig de trappen op, naar haar zolderkamer, wierp hoed en mantel af en bekeek zich in den spiegel. Ze wilde weten of aan haar te zien was, hoe ze den nacht had doorgebracht. Een frisch, blozend meisjesgezicht lachte haar toe. Ze was dus, trots alles, nog mooi, dacht ze, met welbehagen. Ze kon nog veel van het leven verwachten, met een voorkomen als het hare.

In de taxi had ze zich niet geheel op haar gemak gevoeld. Ze had gevreesd dat Kaufmann haar in zijn wagen achterhalen en noodzaken zou, nog een dag met hem door te brengen. Nu ze zich echter weer veilig en wel wist, in haar eigen kamer, lachte ze om die angst. Ze stak een sigaret op en trachtte de gedachten aan wat was voorgevallen van zich af te zetten.

Naar, akelig was het geweest, met dien viezen, vetten vent, maar nu had ze misschien voor goed rust van hem. De volgende week zouden ze trouwen, had Max gezegd. Eenmaal zoover, dacht ze, mocht Kaufmann haar zoo dikwijls aan hem verraden, als hij zelf wou; ze zou hem eenvoudig uitlachen. Ze wist nu wel zooveel, dat Max haar niet het land kon doen uitzetten, als ze eenmaal zijn vrouw was, al dacht hij dan ook redenen te hebben, zich over haar te beklagen.

Opgelucht keek ze om zich heen. Haar kamer scheen haar nu nog aardiger en gezelliger toe, dan anders. O, ze wou hier best blijven wonen, als ze getrouwd was; Max was toch den meesten tijd op reis en van de Van Seventers had ze geen last. Die lieten haar volkomen haar gang gaan.

Een divan stond er, daar sliep ze op, tot het ledikant er was. Dan, een tafel, een waschtafeltje, een aardig wit houten kastje en een paar stoelen. Max had een paar houtsneden, van grachten, aan den wand gehangen, maar daar gaf ze niet om. Ze hield van kleurige dingen zoo-als prenten van paarden en honden, die ze uit de Duitsche weekbladen knipte. Die hing ze aan de wanden, zooals ze er thuis ook hingen; nu kon ze soms denken dat ze in haar kamertje thuis, in de kolonie, zat. Maar dat was nog niet half zoo groot als deze kamer, die heel alleen voor haar was, zoolang ze hier nog alleen woonde. Dat huwelijk moest er eigenlijk niet bij zijn, dacht ze nu opeens. Max zou wellicht dan tóch gaan denken, dat hij iets over haar te zeggen had. Mannen konden soms van die rare ideeën hebben. Ze zag echter geen kans er voor goed van af te komen, en toch door Max onderhouden te worden.

Ze voelde behoefte Suze te zien en te spreken. Die wist natuurlijk dat ze den nacht buitenshuis had doorgebracht.

Ze liep op haar teenen naar de andere kamer. Dirkje babbelde met zijn grappig stemmetje.

—    Jans boos wees, moe?

—    Nee schat, antwoordde Suze’s stem. Opoe is niet boos.

217

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.