Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



jeugd verteld, herinnerde hij zich. Ën nu was ze vroeg heengegaan, zonder hem zelfs goeden dag te zeggen.

Hij peinsde er op, vond het onprettig dat hun eerste avontuur zoo geëindigd was. Maar, dan lachte hij weer zijn onsmakelijken grijns. Dit was immers de allerbeste oplossing: plezier maken, van elkaar houden en scheiden zonder scènes. Zóó bleef men ook het langst goede vrienden. Als hij wéér eens zoo hevig naar haar verlangde, dan wist hij immers waar hij haar vinden kon.

Zijn huishoudster zat aan de ontbijttafel, toen hij kwam. Hij boog zich over haar heen en kuste haar. Dan ging hij zitten en slokte schrok-kig een ei, dat ze voor hem gepeld had, op. Ze volgde zijn haastig eten met de oogen en schudde het hoofd, toen hij haar aankeek.

—    Waarom lach je toch zoo valsch? vroeg hij, om grappig te doen.

—    Ik lach niet valsch, maar ik denk na, zei ze ernstig.

—    Over je zonden?

—    Nee, over de jouwe. Ik wou wel eens weten of je jezelf nu niet een schavuit vindt, Aaron? Dat meisje staat immers op trouwen en een paar dagen geleden was ze nog hier, met haar aanstaanden man, je vriend. . . .

—    Vriend, vriend, herhaalde hij op een toon vol minachting. Wie telt er nou zoo’n mannetje en nog wel als vriend? Laat ie zich maar vooral niets inbeelden, van mijn vriendschap.

—    Als hij wist wat ik weet, deed hij dat stèllig niet, zei ze gevat. Maar in èlk geval was hij toch je gast en nu... .

—    Nee, maar Jo, je laat je van een héél nieuwen kant kennen. Ben ie bijgeval jaloersch? vroeg hij verwonderd.

—    Ik? O nee, hoor.

—    Nu, wat wil je dan? Je spreekt nu net of ik haar tégen haar zin in genoodzaakt heb, met me te blijven soupeeren.

—    Het kan ook niet buitengewoon mèt haar zin zijn geweest, want dan was ze er niet zoo vroeg uitgeknepen. Maar, hoè en wat dan ook, Branders is partijgenoot en dus had zijn aanstaande vrouw je heilig moeten zijn.

—    Heilig, zei je immers, niet? spotte hij. Jo, zeg het me dadelijk, ben je niet goed in orde? Ik heb je nog nooit zoo’n edele taal hooren spreken. Wat heeft het er bijvoorbeeld mee te maken, of Branders al of niét partijgenoot is?

—    Véél, zéér veel, alles, zou ik zeggen.

—    Nou, zeg het dan, maar ik zie het niet in.

Hij smeerde een broodje dik met boter, legde er ham en kaas tus-schen en hapte er begeerig in. De boter kroop langs zijn mondhoeken omlaag en zijn kin droop van het vet.

—    Je wilt het niet inzien, zei ze, ontevreden.

20J

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.