schemering, vulde de kamer. Een dichte sneeuwwolk joeg voor de vensters omlaag. De vlokken dwarrelden langs en tegen de ruiten aan, plakten er vast en bedekten ze gaandeweg geheel.
— Er drijven donker-grijze wolken, zei ze. We hebben vast nog héél wat sneeuw te goed. December zet alweer mooi in, dat moet ik zeggen.
— ’tls koud, niet?
Hij huiverde, trok zijn arm onder de dekens terug en school daar bijna geheel onder weg.
Jo, draai den haard aan en maak mijn bad gereed. Is ’t al warm in de huiskamer? Ja? Goed, dan kom ik met je ontbijten.
— Wil je de post en de kranten hiér hebben?
— Nee, dat houdt maar op. Ik moet dadelijk weg. Is het contact boven mijn waschtafel al gemaakt? Probeer eens of het water warm wordt. Ja? Goed, dan scheer ik me meteen.
Ze draaide aan den schakelaar van den wandhaard.
— Moet ie heelemaal branden, Aaron?
— Natuurlijk, draai aan. Denk je dat ik een longontsteking wil opdoen?
De jonge vrouw liep naar de deur, doch keerde zich daar nog eens om.
— Slaap nu niet wéér in. Je moet immers naar vergadering.
Den vorigen middag was hij Gertrud gaan bezoeken, bij Van Seventer thuis, kwansuis als tegenbeleefdheid. Drie dagen tevoren waren zij en Max Branders bij hèm op visitie geweest. Daartoe had hij ze genoodigd, dien avond dat hij hen in zijn auto thuis bracht. Branders had zich toen laten ontvallen dat hij, voor het Verbond, een tournée ging maken, om op bestuurs- en huishoudelijke vergaderingen te spreken. Hij zou minstens een dag of vijf, zes achtereen weg blijven.
Kaufmann had Gertrud alleen thuis getroffen en haar toen gevraagd met hem in de stad te gaan eten. Eerst had ze geweifeld, ze scheen bang voor hem te zijn, maar toen hij aandrong was ze toch meegegaan. In de auto fleurde ze al op en in het eerste café kwam ze heelemaal los. Hij maakte in een half uur een algeheele verandering in haar wezen mee, een metamorphose van vreesachtig meisje tot volmaakte demi-mondaine. Hij amuseerde zich kostelijk met de vrijmoedigheden, die ze uitte tegen de kennissen die hij ontmoette. En later in den avond had hij steeds weer moeten lachen, om de puntige gezegden die ze haar dansers toevoegde, als ze haar in het Hollandsch plaagden. Hij had haar vrij gelaten te dansen met wien ze verkoos en ze lokte bijna al de mannen bij hun dames vandaan. Slechts had hij zich het recht voorbehouden, haar naar huis te brengen. Toen dan ook zijn wagen voor zijn woning stilhield, was ze zonder weifeling met hem naar binnen gegaan, om te soupeeren. 2e waren uren lang opgebleven en hadden elkaar avontuurtjes uit hun
204