Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



zoo aartsvervelend zijn, wrokte hij en buitendien vond hij haar zoo leelijk. Nu hij zoo onverhoopt de mooie Gertrud terug zag, vond hij dat heele mode-gekwebbel over de ziel opeens minderwaardig, ja misselijk.

Door zijn snel uitwijken, liep hij regelrecht tegen Branders aan. Deze stond, een verlegen uitdrukking op zijn gelaat, te luisteren naar den pianist en zijn vrouw, de zangleerares, die ook al over hun ziel keuvelden. Kaufmann ving nog juist op, hoe de jonge vrouw den hoogen stand van haar ziel prees, als ze Beethovenmuziek hoorde. Hij bemerkte dat een grijns van verveling om Branders’ mond kroop en voelde voor één moment saamhoorigheid, met hem. Impulsief trok hij hem tusschen het dazend tweetal vandaan.

—    Alweer terug, Branders? vroeg hij, vriendelijker dan hij hem ooit had aangesproken. En hoè bevalt het nu weer, in de Rembrandtstraat ?

Op het oogenblik dat hij dat, zoo terloops, vroeg, viel hem in dat het inderdaad van waarde was, te weten hoè het ging op het Verbondskan-toor. Toen vervaagde meteen de korte opwelling van werkelijke jovialiteit, in hem en maakte zich weer de mentaliteit van den politieken streber geheel meester van zijn innerlijk wezen.

Max herinnerde zich dadelijk de waarschuwing van Bouwer en antwoordde diplomatisch-voorzichtig. Maar daardoor wekte hij des te meer Kaufmanns weetgierigheid en sluwheid op. Deze begon nu, schijnbaar openhartig, te spreken over het conflict tusschen het Partijbestuur en het Verbond en slaagde er spoedig in, Max bijna alles wat hij wist, bij woorden en zinnen, te ontlokken. De pianist zette zich aan het instrument en zijn vrouw stelde zich naast hem, met opengesperden mond. Maar zij trokken zich in een hoek terug en bespraken, onder het genot van Kaufmanns dure sigaren, de kansen van de Partijen, bij de aanstaande Verkiezingen.

—    Wat wou je graag weten, Carla? vroeg de Dikke, die bemerkt had hoe ze Kaufmann als een jongen wegstuurde, glimlachend. Kom je je beklagen over de nieuwe concurrente?

—    Geen kwestie van, het betreft iets zakelijks. Kent U een zekeren Giel Berends? Hij moet een brok schrijver zijn en publiceeren onder het pseudo Haron. Hij was bij mij op kantoor, om subsidie aan te vragen.

De wethouder trok de wenkbrauwen op.

—    Ja, een timmerman, nietwaar? Leeft die dan nog? Twee jaar geleden had Sauerman hem eens naar mij toe gestuurd, om een betrekking te vragen bij Bouw- en Woningtoezicht. Hij zou een hartkwaal hebben, en daarom niet meer in zijn vak kunnen werken. Sauerman is soms zoo goedhartig en daarom liet ik den jongen maar even bij me, om zijn geschiedenis te vertellen. Maar daarmee moest het ook uit zijn. Ik kan hem niet helpen, ik heb toch geen timmermanswerkplaats. En ik ben ook geen eigenbouwer. Buiten zijn vak en zijn schrijverij kan hij niets, hij is

201

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.