hoogen stand zouden haar natuurlijk op slag negeeren en wellicht het huis uit jagen. Dat moest ze dus voorkomen. Met heel de routine van groote stadsmeisje, dwong ze haar lippen tot een vriendelijk lachje en haar oogen tot een glans van belofte.
Kaufmann begreep haar datzelfde moment en knikte, nauw merkbaar, geruststellend. En toen ze voorbij liep, keek hij haar met een blik van voldoening na. Zóó was het goed, nu wist ze meteen dat er tusschen hen beiden een band bestond, dacht hij. Hij hoefde geen haast te maken. Branders paste wel voor hem op dat mooie kind. Diè zou wel zorgen dat ze niet wegliep, dat las hij zoo duidelijk als wat in zijn dom-verliefde oogen.
Mevrouw Breebaart ontving Gertrud hartelijk en begroette haar, in het Duitsch, in naam van den Proletarischen Vrouwenbond. Ze kon zeer innemend zijn en wilde dat ook nu, waar ze begreep dat het meisje nog leiding noodig had. Vele proletarische meisjes hadden, door haar bemiddeling, een goede dienstbetrekking gevonden en menig maal kwamen eenigen dezer, op haar uitgaansavond, een kopje thee in haar keuken drinken.
Gertrud bedankte haar met een paar woorden, kort en eenvoudig, zooals Max haar geraden had. Nu, voor het eerst, voelde ze pas goed de waarde van zijn, soms vervelende, raadgevingen. Dit gezelschap was immers werkelijk hoog en voornaam en die menschen leidden, zonder twijfel, alle dagen het „hoogere leven”, dat zij slechts bij korte periodes had mogen genieten, tijdens haar uitstapjes met Hans en haar andere vrienden. Ze nam zich nog eens dwingend voor, héél voorzichtig in haar uitlatingen te zijn en niet te verraden dat ze uit een geringeren stand kwam en haar vader een metaalbewerker was.
Echter toonde ze zich volstrekt niet verlegen en gaf ze zelfs nu en dan een vrijmoedig en grappig antwoord. Ze zei dan geestigheden waar Hans, onder zijn vrienden, altijd veel succès mee had en de dames lachten er hartelijk om, daar die zoo oolijk klonken, uit den mond van een mooi, jong meisje.
Vooral Carla was aanstonds geheel door haar bekoord. Juist omdat het haar dadelijk duidelijk was, dat Gertrud uit een arbeiderskring kwam, trof haar zoo veel te meer haar charme, die haar nog bij géén Hollandsch arbeidersmeisje zóó was opgevallen. Zelfs de verwording, die uit Gertruds trekken, oogopslag en mond duidelijk voor haar sprak, deed in haar oog niets af, aan de liefelijke bekoring, die van haar uitging.
Dra stelden ook de heeren volop belang in haar. Achtereenvolgens lieten ze zich aan haar voorstellen, alsof ze een voorname Partijvorstin uit het buitenland was, die vele duizenden genooten vertegenwoordigde. Zelfs Van Berghem scheen, in haar wondere blauwe oogen starend, zijn neerslachtige gedachten aan Mea te verliezen. Hij sprak haar in haar