&an. De ergste beschuldiging tegen Bouwer is, dunkt mij, dat hij eeti ministerie wil samenstellen. Als dat gebeuren moét, staan er héél andere mannen voor gereed.
— Maar ik ben er toch voor, dat we hem al vast als verrader aan de kaak stellen! riep Van Berghem nu uit.
Hij was naderbij gekomen, om Dolly niet te doen denken, dat hij minder in tel was dan de anderen.
— Laten we afwachten, tot we een buitengewone vergadering hebben gehad, stelde Sauerman voor. Als er belangrijke besluiten moeten worden genomen, moet dat ook in kalm overleg gebeuren.
— Maar we kunnen toch al beginnen het Proletariaat de oogen te openen, drong Van Berghem aan.
— Je hebt er anders tijd genoeg voor gehad, zei Morelle, ironisch. Waarvoor was je anders zoo veel jaren voorzitter van het Verbond?
— Woorden, woorden, niéts dan woorden, wierp de Dikke tegen Van Berghems haast in. Boutelje, acht jij het mógelijk, het Proletariaat duidelijk te maken, dat Bouwer zijn valsche vriend is en dat wij zijn waren vrienden zijn?
— Daar is het hiér de plaats niet toe, antwoordde de partijvoorzitter. Maar, dit moet ik wel even opmerken; hoé wij zijn gedrag ook beoordeelen, Bouwer is voorzitter van het Verbond. Als zoodanig is hij, volgens de wet van het organisatie-leven, leider van het georganiseerd Proletariaat. Nu is de Lompensorteerdersbond aangesloten bij het Verbond en daar ben ik geen baas, maar, vertrouwensman van. Is nu het georganiseerd Proletariaat bereid, onder de leiding van Bouwer van dézen keer den verkiezingsstrijd te voeren, dan heb ik te volgen, öf af te treden.
— Vergeet niet dat je óók partijvoorzitter bent! viel Kaufmann scherp uit.
— Ja, de Partij dan? vroeg Sauerman.
— Ja, juist, de Partij, gaat zij je niets aan? vroeg Breebaart.
— De Partij zal zich evengoed moeten schikken als ik, en Bouwer volgen, öf zich geheel laten uitschakelen, tenzij....
— Tenzij? vroeg Averling, met fijnen glimlach.
— Tenzij ze Bouwer vóór is. Hierin moet misschien de slimheid beslissen, voor het tot een krachtproef komt. Als we wachten tot het zóó ver is, zal de zwakste voor den sterkste moéten buigen.
— Ja, sterk is hij, gaf de Dikke toe. Die verdraaide kerel is sterk, hij heeft een wil en een werkkracht van ijzer en graniet. Denk maar eens aan onze laatste bijeenkomst, met hem.
— Dan moeten we zijn zwakke zijde zoeken, zei Kaufmann, ernstig.
— Die vind je bij hem niet zoo gemakkelijk, wierp Boutelje hem tegen. Op gebied van de massa volgbaar te maken, is mij niet veel
195