de puberteitsjaren. Onder het schelle licbt van de salonlamp teekende het echter duidelijk de aftakeling af, van een vrouw boven de veertig, die het leven wat roekeloos genoten had. Bij haar vergeleken kwamen Carla en Elly nog beter uit als, wat ze waren, gezonde, bloeiende jonge vrouwen.
Eenige gasten beantwoordden mompelend haar groet. Sauerman wuifde haar uit den hoek, waar hij met Van der Voorde en Dolly stond te babbelen, met de hand toe.
— We hebben buitengewoon genoten van de lezing van Menno Meiler, begon Kaufmann, met ethische stem, nu niemand hem aandacht scheen te willen wijden. Hij goot een wolk zuivere religie van goedheid, schoonheid en goddelijkheid over ons uit. Onze zielen zweefden, op de cadans van zijn zilveren woord, door het heelal en we voelden ons zoo rein, dat al het grove en lagere, waar het banale leven ons mee bezoedelt, van ons vergleed en het licht en zuiver werd om ons en in ons. Niet, Sera? Spreek ik bijgeval één woord te véél?
— Het was bovenmenschelijk heerlijk, bevestigde ze. We voelden ons in-rein en verheven.
— Réken maar, mompelde Goudeket. Moet je dat span kennen zooals ik.
— Bederf je reine stemming dan maar niet meer met onreine whiskey, raadde de Dikke hem aan, toen Kaufmann met zijn vettige hand naar de flesch wees. Die eenmal rein is, moet maar rein blijven, want daar zijn er niet te veel van. Sauerman, jij hebt nog niets gehad; moet je óók niet een druppeltje?
De hoofdredacteur keek hem verrast aan. Toen kwam hij naderbij.
— Nee, hoor eens, dat is een zaak op zichzelf, protesteerde Kaufmann, met zijn gewone, rochelende stem. Wat heeft een borrel nu met reinheid te maken? Ik hoor er nèt zoo goed bij.
De Dikke luisterde niet eens naar hem en hield de flesch stevig vast. Hij wenkte nu ook Averling, Van Berghem, Goudeket en Morelle. Boutelje dronk zijn glas, dat hij geheel met sodawater had bijgevuld, haastig leeg en hield het den wethouder voor. Van Berghem, die in zijn eentje glaasjes likeur stond te drinken, deed of hij Breebaarts wenk niet bemerkte; toen Sauerman naar dezen toeliep, nam hij zijn plaats bij Dolly in. Van der Voorde, die met hem, aan het Dagblad, op dezelfde kamer werkte, verwijderde zich kiesch, eenige stappen.
Sauerman drukte den Dikke opgewekt de hand.
— Had je nieuws, Marinus? vroeg hij hartelijk.
In zijn toon drukte hij heel zijn spijt, over zijn ongenoegen met zijn ouden vriend, uit. Breebaart drukte hem stevig de hand en knikte hem vertrouwelijk toe, als wou hij zeggen dat de twist vergeten was.
— Elly, zei hij dan, nu moest jij eens de dames met je likeur en
192