zouden denken dat je ze liever niét hier zag. Wees nu eens een beetje vroolijk, als een heusche gastheer.
— Ja, vertel eens een lollige mop, moedigde de Dikke hem joviaal aan. Als je er maar rekening mee houdt, dat m’n vrouw er bij is.
— Maar die zoen dan? fluisterde hij, verdrietig, in Elly’s oor.
— Wélke zoen bedoel je? weervroeg ze, verbaasd. Wie spreekt er nü over zoenen? Drink maar geen whiskey meer, ik merk al dat je er niet tégen kan.
— Waaróm niet? riep Bob, opstandig. Ik zal nét zooveel whiskey drinken als ik zélf wil.
Elly was zoo verbaasd, om dien toon, dat ze niet dadelijk een geschikt antwoord kon vinden. Maar de Dikke schudde al zijn vinger.
— Ik geloof niet dat je nog aan de beurt komt, Bogaerts, zei hij vriendelijk, maar gemeend. Je hebt straks, op je kamer, al een glas gehad. Als je nog méér wilt drinken, laat je dan een likeurtje inschenken. Averling, drink je glas eens leeg.
— Ja, zei deze, bedachtzaam. Zoo, zóó, niet sterker. Merci!
— Niet sterker, mompelde Goudeket, verontwaardigd, je krijgt ze twee maal zoo sterk als ik. Nee, néé, Bogaerd, jij bent gastheer, je komt niet meer aan beurt.
— Nee, Boomgaard, zei Boutelje hem het grapje na, je komt niet meer aan de beurt, want er is niet eens genoeg voor ons. Of, heb je nog een flesch achter gehouden? Een slag in het aangezicht van het Proletariaat dat dat goedje zoo duur is. Maar lekker.
De heeren dronken hun tweede glas leeg. Cora bood Bogaerts, op een wenk van den Dikke, een glaasje likeur aan, dat hij verontwaardigd afwees. Goudeket nam het van het blad, goot het leeg in zijn glas en dronk.
— Op de aanstaande verkiezingen! riep hij.
— Op de overwinning van het Proletariaat! zei de Dikke, met basstem, en dronk zijn glas leeg.
Er werd geschertst, het gesprek werd algemeen en opgewekter. Dan, ging de bel over.
— Wie kan er nu nog komen? vroeg Elly.
— Branders misschien, antwoordde Bogaerts en drentelde naar de deur.
Kaufmann kwam binnen, gevolgd door een dame.
— Goeden avond!
— Goeden avond, allemaal, zei de dame, vrij luid, daar niemand Kaufmann antwoordde. Is mijn man er al? O, ik zie hem al. Je hebt wat gemist, boy!
Sera Barzelaai, de vrouw van Sauerman, zag er chic uit. Ze had een donkerblauwe robe-manteau aan, met crème shawl-kraag, waar boven haar overdadig gepoederd gezicht vaal uit kwam, als van een meisje in
191