— £oo* n vlegel, mompelde de Dikke. Hij wordt te brutaal, véél te brutaal. Het Proletariaat is niet gediend van die baasspelerij. Dat moet ik toch eens met Sauerman bespreken.
— Daar hebt U nu nèt mooi gelegenheid toe, zei Elly, vroolijk Hij
is óók beneden, mijn heele salon is vol gasten en niemand begrijpt waar de groote man blijft. ” -
— Weet je zeker, dat je niet de „Dikke” bedoelt, Elly? schertste de wethouder.
Hij liep de kamer uit, gevolgd door de jonge vrouw. Toen Bob zich omkeerde, om de deur dicht te doen, legde Breebaart de hand op haar schouder. Ze boog vlug het hoofd en zoende hem op den mond.
Onverwacht draaide Bob zich om. Bij het zien wat voor hem gebeurde, deinsde hij terug, de handen afwerend vooruit gestoken, als zag hij een spook.
— Mijnheer, mijnheer Breebaart, wat doet U daar? bracht hij er eindelijk uit, meer geschrokken dan boos. Elly! kreet hij dan luid.
De wethouder keek hem verwonderd aan. Hij begreep niet waarom de jonge man zoo vreemd deed. Dacht hij dan dat hij, wethouder Breebaart, zijn tijd met iemand als hem verbeuzelde, om zijn knap gezicht?
Hij haalde de schouders op en stapte de trap af, met zwaren tred, zonder verder naar Bogaerts om te zien.
— Kom mee, Elly, riep hij. En laat je man de whiskeyflesch meenemen. Is dat Sauerman niet, met dien langen smiecht, die je salon binnen gaat?
Ze kwamen vlak achter het tweetal binnen. Bob, nog steeds voor zich heen mompelend over zoenen, volgde met de whiskeyflesch.
Op een gemoedelijk gebaar van Breebaart, die direct de houding van gastheer aannam, maakte Cora snel een tafeltje vrij en zette er fleschjes sodawater, glazen en twee flesschen likeur op. De Dikke scheen het voorgevallene, bij Bobs kamer, weer geheel vergeten te zijn. Hij beduidde hem dat hij alles aan hèm moest overlaten en maakte toen geduldig een aantal glazen whiskey gereed.
— Ik óók! riep Carla. Ik heb geen trek in likeur.
— Hier, breng haar een whiskey, zei Breebaart op onverschilligen toon tot Bob.
Deze gehoorzaamde. Carla proefde even en toen nipte mevrouw Breebaart aan haar glas. Cora schonk likeur in en diende rond. Elly bleef bij Breebaart staan en nam, schertsend, een slok uit zijn glas, Bob, die tegenover haar stond, keek haar verwijtend aan. De jonge vrouw fronste ontevreden de wenkbrauwen en wenkte hem, dat hij bij haar moest komen.
— Kijk toch niet zoo dwaas, berispte ze hem, zachtjes. De gasten
190