Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Carla meende dat ze toch weer het eerst iets moest zegggeri.

Elly, zou Bob hem kennen? vroeg ze. Hij krijgt nogal veel bezoek van werklieden, op zijn bureau, niet?

Bob? Waar bleef hij zoo lang, dacht Elly opeens. Ze werd ongerust. Hij had toch geen oneenigheid gekregen, met den Dikke?

—    Zou ik eens gaan zien, waar mijnheer en mijn man zoo lang blijven? fluisterde ze mevrouw Breebaart in het oor.

De oude dame knikte instemmend. Ze vond het niets vreemd, dat, behalve Averling, niemand had geïnformeerd naar haar man. Dat deed nóóit iemand, als ze in gezelschap van Carla was en die kieschheid stelde ze zeer op prijs.

Niemand had ook naar Bogaerts gevraagd, doch dat was nog eenvoudiger. Hij was maar een ondergeschikt ambtenaar van het Verbond en de bezoekers kwamen hier eerder bij elkaar, dan bij hem, op visite.

—    Bob heeft nog nooit, in mijn bijzijn, dien naam genoemd, antwoordde Elly, Carla nu eerst. Maar dat verwondert me niets, want hij spreekt nóóit over zaken. Als hij thuis komt, neemt hij zijn bad en daarna spreekt hij liefst over iets anders, dan werklieden. Hij heeft ze op kantoor toch al den heelen dag om zich heen. Op het laatst zou hij zichzelf ook werkman gaan voelen.

Boutelje lachte hartelijk en anderen vielen hem bij. Ze was toch een charmant vrouwtje, zei hij zacht. Hij keek haar na, toen ze het salon uit liep. Wat een figuurtje. En, beslist méér temperament dan Carla. Ja, de Dikke wist ook wel, waar Abraham de mosterd haalde.

—    Waar zit Sauerman toch? vroeg hij, luid. Ik meen toch stellig dat hij straks hier was. En nu zie ik hem niet meer.

—    In de gang, met Van der Voorde, antwoordde Goudeket, onverschillig. Zeker redactiegeheimen, of weet ik wat. Ja, meisje, schenk jij me nog maar eens in, wendde hij zich tot Cora.

Elly wachtte een moment voor Bobs deur en luisterde. Hij sprak nog steeds over zijn ontslag. Er zat toch niet veel bij, vond ze.

Ze klopte aan en trad meteen binnen. Het betrekkelijk klein vertrek was als dicht gevuld met blauwen rook. Nu begreep ze meteen hoe het kwam, dat ze zoo lang in gesprek bleven. De whiskyflesch en glazen stonden op tafel.

—    Heb je mijnheer Breebaart nu wel gezegd dat Bouwer je als spion aan het Dagblad wil zien? vroeg ze. Of heb je weer de helft vergeten te zeggen?

—    Als spion? vroeg de Dikke, verbaasd. Hoe bedoel je dat, Elly? Is dat zoo, Bogaerts, wil Bouwer je op spionnage uitsturen?

—    In zekeren zin, wèl. De bedoeling is, dat het Verbond spoedig zelf een dagblad sticht en nu wou hij, dat ik vooraf wat ervaring ging opdoen bij het partijorgaan.

189

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.