Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Mevrouw Breebaart knikte goedkeurend en Van Berghem streek met zijn duim onder de kin.

—    Ik heb hem naar het Armbestuur verwezen, zei Carla, als verontschuldiging aan Averling.

Nu hij het niet eens was met Boutelje, begon ze te twijfelen of ze wel goed had gedaan. De lompensorteerdersvoorzitter was en bleef toch maar een nagemaakt heer, al mocht hij dan over de millioenen van zijn Bond beschikken.

Voor subsidie komen nu éénmaal alléén erkende kunstenaars in aanmerking, vervolgde ze. En de gemeente erkènt geen binnenlandsche schrijvers als kunstenaars. Als hij nu nog schilder was, al schilderde hij dan niet op porcelein, daar zijn we niet kleingeestig in. Maar nu wou hij gewichtig doen; hij had al zeven werken gepubliceerd, zei hij en weet ik wat al méér. Hoeveel porceleinen koppen had ik niet geschilderd, vóór ik aan het Stadhuis kwam? En nu heb ik nog wel vijftien duizend gulden in de partijkas gestort, buiten mijn contributie.

—    Hoe zei je ook weer, dat die werkman heet? vroeg Elly.

Ze vreesde dat Carla dingen zou zeggen, die Averling blijkbaar onbekend waren, daar hij als regel buiten de huishoudelijke aangelegenheden van de Partij werd gehouden. De Dikke had haar eens toevertrouwd, dat de leider in de Kamer, niets mocht weten, om niets te hoeven te verantwoorden.

—    Giel Berends, zei Carla.

—    Is het Armbestuur nu wel de aangewezen plaats voor een hulpbehoevend auteur? vroeg Goudeket, opeens.

Het hinderde hem dat Carla zich weer meester wilde maken van Dolly, terwijl hij zoo aardig met haar begon op te schieten. En, nu er een verschil van meening scheen te zijn, tusschen Boutelje en Averling, schaarde hij zich het liefst aan de zijde van den laatste. Sinds Barend partijvoorzitter was, vond hij, geloofde hij heelemaal godzelf te zijn.

—    Er is nu eenmaal geen andere weg, antwoordde Carla hem. Als U den wethouder spreekt zult U zelf hooren dat we nóóit een cent subsidie mogen geven aan proleten, al zijn ze Zola en Dostojewski en Barbusse in één persoon. Laten ze timmeren of putjesscheppen. Het zou waarachtig een slag in het aangezicht van het Proletariaat zijn.

Plotseling zweeg ze, geschrokkken van haar durf. Ze had deze uitdrukking van Boutelje al meermalen met bewondering gehoord en er naar verlangd, haar bij gelegenheid te zeggen, bij wijze van nadruk. Nu was ze haar onverhoeds ontsnapt, nog wel in het bijzijn van hemzelf. Ze keek hem verlegen aan, bevreesd dat hij haar van spot zou beschuldigen. Maar hij lachte haar verlangend toe; hij moest al weer aan haar bezoek aan het bondsgebouw denken. Ze was zoo heel anders dan andere vrouwen, vond hij. Er ging een heel bizondere invloed van haar uit.

188

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.