Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



rustig. Timmeren is heel nuttig, maar als hij wat beters kan, mogen we dat niet verwerpen.

—    Nee, nee, ze heeft groot gelijk! viel Boutelje uit. Als ie timmerman is, laat ie dan timmeren. Of, moet ik het soms doen? Een slag in het aangezicht van het proletariaat. U hebt héél goed gesproken, Carla, héél goed.

—    Ik meende dat ik dat moést zeggen, zei ze, wat onzeker, tot Aver-ling. U begrijpt, nu er geld voor subsidies beschikbaar is, noemt ieder zich kunstenaar. En toen wou hij, geloof ik, mijn medelijden opwekken, waarom ik hem heelemaal niet meer vertrouwde.

Averling keek van haar naar Boutelje en schudde het hoofd. Het scheen dat hij een berekening maakte, die niet uitkwam.

—    Hoe bedoelt U dat? vroeg hij.

—    Hij beweerde dat hij kanker had, of een hartaandoening, enfin zooiets waar men in den regel medelijden mee heeft.

—    Allemaal bedrog, laat je niets wijsmaken! riep Boutelje, op een toon vol verachting. Allemaal subsidie-visscherij. Ik schrijf ook al jaren, over het rooien van mooie boomen. Vraag ik ooit subsidie? Ik stel me tevreden met mijn honorarium. Heb je mij ooit hooren zeggen dat ik kanker heb, of hartaandoening? Nooit. Nou, ik heb ze ook geen van beide.

Averling kon niet nalaten, den partijvoorzitter aandachtig aan te zien. Hij had dezen, zoolang hij in de Partij was, altijd hooren roemen, als een eerste kracht op organisatie-gebied. Hijzelf had er geen verstand van, anders was hij wel buiten de Arbeidersbeweging gebleven, om die kennis zoo lucratief mogelijk te exploiteeren, in eigen kringen, dacht hij. Maar, al was die Boutelje dan een kolos zelfs, op zijn eigen terrein, zou hem wat meer menschelijk begrip toch niet hebben misstaan. Waarom nam hij zoo maar, uit een ingeving, zonder meer aan, dat die jonge auteur een leugenaar en bedrieger was?

—    Ik zou U toch raden, er eens met Breebaart over te spreken, zei hij luid. Indien het nu eens werkelijk zoo slecht met hem gesteld is, dat hij niet werken kan?

Boutelje lachte hatelijk.

—    Laat je niets wijs maken, Averling. Wil je mij de werklui leeren kennen? Mijnheer wil niet meer timmeren, snap je den wortel? Biedt hem maar eens een makkelijk baantje aan, met een goed salaris, dan zul je eens zien of meneer de schrijver te veel kanker heeft, om het met allebei zijn handen aan te pakken. O! Vraagt subsidie, wat een brutaliteit. Geregeld een slag in het aangezicht van het Proletariaat. Dat zijn je ergste vijanden van de Arbeidersbeweging, die gewetenlooze baantjes-zoekers.

187

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.