Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    In dien tijd lag je knobbelboom zeker al voor den grond, spotte Morelle.

Boutelje haalde, vol minachting voor dat gebrek aan eerbied voor mooie boomen, de schouders op.

—    Ik had er twee lompensorteerders bij op wacht gezet, om het rooien tegen te gaan, maar ze konden tegen die kerels niet op. Enfin ik heb direct een ingezonden stuk geschreven in het Handelsblad en een telegram gestuurd aan den minister.

—    Kerel, wat ben je weer lang van adem, klaagde Goudeket. Vertel nu maar waar dit allemaal op uitdraait, want er steekt natuurlijk weer wat anders achter. Hebben ze je boom omgehakt of niet?

—    Natuurlijk hadden die vandalen hem omgehakt, zei Boutelje, met zijn dikke, lijzige stem. Een slag in het aangezicht van het Proletariaat, zoo waar ik hier sta. Maar nu heeft de minster toegezegd dat er een commissie zal worden benoemd, die moet onderzoeken of de grondwet toelaat, dat hij de gemeentebesturen verzoekt, plaatselijke commissies in het leven te roepen, tégen het rooien van mooie boomen aan den openbaren weg. Een pracht van een boom, was het; zóó’n knobbel had ie.

—    Och, wat komt het er eigenlijk op aan, antwoordde mevrouw Breebaart. Er zijn immers zooveel boomen op aarde.

—    Zóó’n pracht van een boom had U nog nóóit gezien. Als ik mijn camera bij me had gehad, had ik U er een snelkiekje van laten zien. Dan had U zelf kunnen oordeelen, of dat niet geregeld natuurschen-nis is.

—    En een slag in het aangezicht van het Proletariaat, mompelde Morelle.

Boutelje keek hem wantrouwend aan. Daar hij gewoon was den gewezen metselaar, in vertrouwd gezelschap, een proleet te noemen, kon hij van hèm het allerminst spot verdragen.

—    Maar man, er worden jaarlijks toch tienduizenden boomen omgehakt, zei Van Berghem, die nooit iets had begrepen van Bouteljes luidruchtigen hartstocht voor de natuur. In zijn verbeelding zag hij hem nog dagelijks op vunzige zolders zitten, bonte van witte, en wollen van katoenen vodden scheidend. Hoe kon de man daar vandaan zien, öf er boomen gerooid werden èn hoeveel? En bovendien, wat ging het hem eigenlijk aan?

Er moet immers timmerhout zijn, om het bouwvak in stand te houden en daar groeien die boomen toch voor, zei hij, gemelijk. Als jij het er nu opaan legt, dat er heelemaal niet meer gerooid mag worden, hebben we binnen drie maanden wéér vijftig duizend werkloozen meer.

—    Dat wou ik óók zeggen, voegde mevrouw Breebaart er aan toe. Er blijven immers nog altijd genoeg boomen overeind staan. En U vond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.