Ais je geen zin had om te komen, had dan getelegrafeerd, maar laat iemand niet voor kwajongen zitten.
Hij keek daarbij Van der Voorde aan, als wou hij hem vragen wat hij met het vrouwtje te maken had. De jonge man verwijderde zich bedeesd. Geen raad wetend met zijn figuur, liep hij, bedremmeld, naar de deur en vroeg Cora iets, op fluisterenden toon. Ze wees minachtend naar de gang.
— Kom, Elly, schenk me gauw een koppie thee in! riep Boutelje. Ik ben expres voor jou een paar uur langer in de stad gebleven. Maar ik ga straks toch naar Bloemendaal. D’r hangt een lucht in de stad, die me onpasselijk maakt. Ik snap niet, hoe een mensch met een beetje intelligentie en natuur- en kunstgevoel er in aarden kan. Drie stukjes suiker en géén melk.
Hij had handen geschud met mevrouw Breebaart, Dr. Averling en Carla, geknikt tegen Morelle en keek nu afgunstig naar Jacob Goude-ket. Hij vond hem wel wat tè familiair zijn, met Dolly. Hij hield er niet van, dat iemand eigen was met een vrouw, die hij kende of gekend had.
Barend Boutelje was een der merkwaardigste figuren van het bovenste twintigtal der Arbeidersbeweging. Dertig jaar geleden had hij, met medewerking van een viertal vrienden, een bond voor lompensorteerders gesticht en daar geleidelijk alle vakgenooten in vereenigd. Sinds de oprichting van den bond was hij voorzitter en onbetwist leider geweest van die organisatie, welke een groote zeggingskracht kreeg over het uitgebreid lompenbedrijf, in het gansche land. In die jaren had de bond zich, onder zijn leiding, gevormd tot een staat in den staat, met eigen wetten en belastingen, een uitgebreid bestuur en nog véél grooter beambtenpersoneel, met een soort parlement, dat niets te zeggen had en een groot korps verklikkers en provocateurs in alle personeelen, met eigen gebouwen en drukkerijen, bladen, tijdschriften en bibliothee-ken, met commissies en clubs op ieder denkbaar gebied.
Hoewel in de grondwet van den bond was bepaald dat het bestuur om de drie jaar in zijn geheel moest aftreden, waren er gedurende die dertig jaren slechts twee zijner regeerders door anderen vervangen; die waren van ouderdom gestorven. Nooit had, in die dertig jaren, een lompensorteerder het gewaagd, zich voor een bestuursfunktie kandidaat te stellen, tegen den uitdrukkelijken wil van Barend Boutelje; en nog steeds waagde dat géén lompensorteerder. Nooit durfde zelfs een, in een personeel, op een verwisseling in het bestuur zinspelen, of op anderen dan eerbiedigen toon te spreken over den persoon van Barend Boutelje en de personen van zijn mede-regeerders. In elk personeel zaten verklikkers die het bestuur woordelijk iedere opstandige uitlating overbrachten. En, meende Boutelje reden te hebben, een lompensorteerder te moeten vreezen, dan liet hij hem door een speciale ontslag-commissie
176