Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



naar den proletarischen kant van het klassenkamp overliep. Zelfs had hij geld genoeg, om voor aanmerkelijk wijzer en belangrijker dan de anderen te worden aangezien. Echter nam hij dadelijk de, in zijn positie noodzakelijke, houding aan, van elke geestelijke overrompeling te voorkomen. Alle waarlijk intelligente arbeiders die door eigen kracht naar voren kwamen, dat waren er maar enkelen, deed hij door zijn trawanten achteruit dringen, ten gerieve der pseudo-intellectueelen. De eersten verfoeide hij bovendien, omdat ze hem deden denken aan zijn jeugdvrienden, die zonder de stuwkracht van het Proletariaat, dwars door het leven, hun geestelijk doel bereikten. En de pseudo-intellectueelen en -kunstenaars stonden hem persoonlijk veel nader en waren daardoor grif bereid, hem als hun leider en raadsman te beschouwen.

Als verstandige leiderspolitiek en ook wel uit sentimenteele herinnering aan zijn jeugd, haalde hij zooveel mogelijk beschaafde, zij het dan geestelijk niet ruim bedeelde, jongelui van beide geslachten, uit zijn eigen maatschappelijke kringen, de Partij binnen. De circuleerende gang der evolutie, door alle eeuwen heen, had hem gaandeweg het inzicht opgedrongen, dat de liberale burgerij zich alleen kon handhaven en zelfs vernieuwen, door zich te reformeeren onder het vaandel der Arbeidersbeweging. Slechts door zich hierin schijnbaar op te lossen, kon ze deze nieuwe cultuurbeweging dienstig maken aan de idealen van het Liberalisme. Gedreven door dit late inzicht, dat hij bij zichzelf een voor-uitzienden geest noemde, was het streven van hem en zijn vrouw er op gericht, die jongelui door middel van hun persoonlijke tusschenkomst aan de Partij en door middel van deze, aan hun persoon te verplichten en te verbinden. Met Bogaerts en anderen was dat al zoo ver gekomen, dat ze, voor hun maatschappelijk bestaan, al of niet gewaarborgd door een gesalarieerde betrekking, van wethouder Breebaart afhankelijk waren. Vooral deze jonge advocaat zou toch voor de balie tè burgerlijk-fatsoen-lijk zijn geweest en zéker niet uitgeslapen genoeg. Bob wist dat wel en daarom richtte hij zich, nu Bouwer hem opgezegd had, allereerst tot Breebaart, om een betrekking of sinecure.

Terwijl deze, om met den jongen man daarover te praten, mee naar diens studeerkamer ging, stapte zijn vrouw, vergezeld van haar jonge vriendin Carla, al keuvelend het salon van Elly Bogaerts binnen.

Mevrouw Gusta Breebaart, geboren freule De Leur van der Waerde, bezat, in haar zestigste jaar, geen uiterlijk dat kon doen veronderstellen dat ze, in haar jeugd, Breebaart door jonkvrouwelijke bekoorlijkheid tot een huwelijk met haar had geïnspireerd. In vroolijke oogenblikken had de wethouder zich dan ook meermalen uitgelaten, dat hij absoluut vergeten was, hoè hij daar destijds den moed toe had gevonden. Echter was in wijde kringen bekend, dat die verbintenis zijn, toen al niet onaanzienlijk vermogen, belangrijk vermeerderd had. En toen hij, ruim

168

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.