Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Dirrek grijnsde en blies zijn maat in het geziekt.

—    Dan bin je d’r nou toch effetief ingeluist, Gerrit.

—    Ikke? Man, je weet niet half hoe link ik bin. Ik heb ’m deselfde afend nog ferkocht, foor twee heitjes, an schele Coba. En laat ie nou een hallef uur later ferrekt sijn. Was die effe gaaf? Bin ik effe link geweest? Anders had ik alleen de strop gehad. Fenafend ferder. En nou tusschen ons, meneer.

Max vertelde dat hij beambte op het bureau van het Verbond was en toen nam Gerrit hem mee naar boven. Suze had hem al ingelicht, zei hij. Op zolder wierp hij met een gebaar van trots de deur van de voorkamer open.

Max was verrast door wat hij zag. Suze had niet overdreven, het leek binnen niets meer op een zolder. De oude vloer was geheel door een nieuwe, van dunne planken, overdekt. Gerrit vertelde hem dat hij ze geleidelijk had meegebracht van de bouwwerken, waar hij gewerkt had. Langs het schuine dak had hij, aan weerskanten, een verticaal beschot getimmerd en die op twee meter hoogte met een echt plafond aan elkaar verbonden. Het houtwerk zat nieuw in de lakverf en het plafond was sneeuwwit.

—    Dat is één, zei Gerrit, met voldoening. En alles met diè twee jatte gedaan. Man, as je een beetje link bint, heb je d’r een hoop gemak fan. En alles wat je hier siet, hét me niks gekost as de moeite fan ’t mee-neme. Maar dat is m’n dagelijksch werk.

—    De boel mee nemen? vroeg Max, vroolijk.

—    Sjouwe, man, oppere. Nee, an gappe maak ik mijn jatte niet fuil. Altijd soo link sijn dat je uit de kleese fan de prinsemerij blijft.

—    Zei Suze niet dat U twee kamers te huur had?

—    Sei se dèt? Nou man, dan is ’t ook wel soo.En een soortement keuketje, met een écht closet, fijn man. Wou je de heele verdieping hebbe?

—    Ja, wél graag twee kamers.

—    Die andere kamer, achter, is nét soo, maar daar slaapt Suse. Neem maar soolang genoege mit één, tot se naar benede verhuisd is. Je bijt mekaar ommers niet en Dirrikkie slaapt de heele nacht deur, die hoor je geeneens.

—    Wié is Dirkie?

—    Weet je dat geeneens? Die is ommers fan me Suse, daarföór hêt de wethouder d’r op straat gezet. Dan die Bouwer, die hoort beter thuis in de ploeg. Maar je had ’t ofer Dirrikkie. Een gabbert, hoor. De meid wou ’m ’t huis uit doen, toen had je tante Jans motte hoore te kéér gaan. Dat is moeder, ’t wijf. Die jonge is soo goed fan ons als fan jou, sêt se tege Suus en ie blijft hier en ie sèl niks tekort komme, als jij op je school bint. Se kan ’m wel ofrete, dat lel, soo gek is se op ’m. En as ie nou maar

162

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.