Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



*— Anders zou ik het natuurlijk niet gedaan hehben. Maar als je nu denkt dat er nog méér voorgevallen is, zeg het dan eerlijk.

Ze keek hem recht in het gezicht, met haar groote, blauwe oogen.

—    Dat denk ik heusch niet.

—    Op je woord?

—    Op mijn woord. Nu had ik alleen graag, dat we zoo gauw mogelijk weggingen. Ik weet misschien al een adres, waar je voorloopig wonen kan.

Hij dacht aan Suze van Seventer.

—    Maar ik wil óók niet hebben dat Helen gelooft, dat er iets gebeurd is, hield ze halsstarrig aan.

—    Dat gelooft ze niet.

—    Dat gelooft ze wèl. Waarom stuurt ze me anders het huis uit, alsof ik iets slechts heb gedaan?

—    Niemand gelooft iets slechts van je, maar wat doet dat er nu toe? Je kan hier niet langer blijven; Helen duldt je niet meer hier. Het is haar en moeders woning.

—    Duldt nicht? vroeg Gertrud langzaam. Was geht das mir an?

Ze richtte zich in haar volle lengte op, scheen grooter te worden.

Weer schitterden haar oogen valsch; haar mond vertrok tot een grijns.

Dat verdroeg Max niet. Het scheen hem toe, dat ze met Helen spotte, met Helen, zijn verstandige, waardige zuster, die hij bijna vereerde.

—    Praat er nu maar niet verder over, zei hij, ongeduldig. Had van tevoren bedacht, wat je ging doen.

Maar het was, alsof ze niet wist dat hij iets zei.

—    Dus Helen gelooft dat ik iets verkeerds heb gedaan? vroeg ze dreigend. Nu ga ik niet weg. Nu wil ik niet weg. Ik blijf!

Ze sprak bevelend, dwingend, eischend, op den toon van een groote-stadsmeisje, dat door haar tijdelijke vereerders verwend en gehoorzaamd pleegt te worden. Maar, op Max had die toon een andere uitwerking.

—    Pak onmiddellijk je boeltje! riep hij driftig, Je koffer gaat meteen mee, in de taxi en als ik die kamers huur, blijf je meteen. En nu heb je direct te gehoorzamen.

—    Ik blijf hiér. . . hier! tergde ze. Zet me er maar uit.

—    [e blijft niét! schreeuwde hij.

—    En waarom niet?

—    Omdat niemand je wènscht te houden.

—    Wie is niemand? hoonde ze. Jij, je moeder, je zuster? Man, er zijn een massa menschen in de stad, die me graag bij zich zouden houden. Ik heb jou niet noodig.

—    Nou wil ik niets meer hooren! schreeuwde hij. Pak je goed in.

Ze haalde minachtend de schouders op.

—    Met hoeveel mannen heb ik gisteravond wel kennis gemaakt?

Ij8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.