Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    Max, zei moeder kalm, ontbijt nu eerst rustig en praat dan tezamen. Gertrud zal wel zoo verstandig zijn, je te zeggen wat je weten moét. In elk geval moet het voorbij zijn, vóór Helen thuis komt.

—    Moeder, ik kan niet eten, als ik niet weet wat er gaande is. Waarom mag Helen het niet weten? Gertrud, wees toch niet zoo koppig, als je van iets afweet. Doe dan je mond open.

Ze stond op om de kamer uit te gaan. Hij liep op haar toe en greep haar arm. Met een uitroep van drift rukte zij zich los.

—    Horen Sie mal auf, was wollen Sie von mir, mijnheer? zei ze driftig en spottend tegelijk. Bloss nicht so stürmisch bei mir; immer ruhig. Bitte, Frau Branders, vertellen Sie mal. Oder, laat je mal durch die Helen belügen. Zij is ja doch zoo klug.

Toen liep ze de kamer uit.

Max had verbaasd gezwegen, toen ze zoo uitviel. Nu kwam hij bij mevrouw Branders staan.

—    Moeder, laat me nu niet nog langer vragen, zei hij, verzoekend. Ze is ineens een heel ander meisje. Er moet beslist iets heel ernstigs zijn voorgevallen.

Mevrouw Branders zuchtte.

—    Het valt me zoo moeilijk, dat te zeggen, jongen, zei ze, bijna fluisterend. Niets is zoo gemakkelijk en niets is zoo moeilijk als rechtvaardig te zijn, zei je vader wel. Dat merk ik nu ook weer. Maar Gertrud kan niet langer in huis blijven. Als je naar Helen toe wilt gaan en het haar zelf vragen. . . .

Ze zweeg. Nu keek hij haar zoo jongensachtig-verlegen aan, dat ze aan hem moest denken, toen hij vijftien, zestien jaar was, geen kind meer en nog geen groote jongen. Toen was hij nog zoo heerlijk vertrouwelijk tegen haar, zei haar alles wat hij dacht dat ze weten moést. En nü was er iets dat hij moést weten en ze kon het niet zeggen.

—    Moeder? vroeg hij alleen.

—    Ja, Max, ik zeg het al, maar wees flink en oordeel niet te haastig. Gertrud is den heelen nacht van huis geweest en eerst een kwartier vóór jou terug gekomen.

Toen bukte ze het hoofd, om het verdriet in zijn oogen niet te zien. Zoo wilde ze afwachten, wat hij zeggen zou.

Maar hij zei niets en vroeg niet verder. Het stormde in zijn hoofd en die storm bulderde hem toe, dat wat gebeurd was, gebeuren moést. Slechts omdat hij dat niet voorzien had, kwam die slag zoo onverwacht.

—    Vertel me alles, moeder, zei hij, met doffe stem.

En ze vertelde hem, van Gertruds uitgelaten bui, in den vorigen middag, tot wat Helen zei, toen ze naar haar school ging. Een enkelen keer vroeg hij wat, maar bleef stil zitten, keek niet op, was bang dat ze de

ij6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.