Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Koud dat het is. Reken maar dat er een heel pak sneeuw in de lucht zit.

—    Heb je al ontbeten, jongen?

—    Nee, wat dacht U? Toen ik op was had ik veel te veel haast om hier te komen. Ik heb honger als een Noordpoolreiziger. Ik ben vannacht tot één uur op weg geweest, voor het Verbond en heb nog, op mijn kamer, mijn rapport geschreven. Het sloeg half drie, toen ik in de kooi stapte.

Moeder belde.

Gertrud at door. Nu sprak hij zachter, uitsluitend voor moeder.

Het was een teleurstelling, voor Gert, dat er niets kwam van uitgaan, hè moeder? Ik vond het beroerd, voor haar, maar ik had het vreeselijk druk. En, dat duurt nog een poosje.

Gertrud keek snel op; ze begreep dat hij over haar sprak, maar verstond hem niet. Annie kwam binnen en dekte voor Max. Intusschen keek ze verstolen naar Gertrud, als verwachtte ze dat deze haar een wenk zou geven. Maar, ze haalde slechts onverschillig de schouders op.

Ik vond het héél naar, voor jou, Gert, zei hij, toen Annie de kamer verlaten had. Maar heusch, kind, ik kon er niets aan doen.

Ze hief het hoofd op en keek hem scherp, bijna haatdragend, aan. Een schok doortrilde hem; hij sloot de oogen en dacht na. Waar en wanneer had ze hem óók zoo aangekeken? Dan, opeens, wist hij het. Den dag, dat haar vader hem getelefoneerd had en hij haar was komen opzoeken, in de kolonie, had ze hem in hun kamer staan af wachten. Toen hadden haar oogen geschitterd, net als nu, net een roofdier dat opgejaagd en in het nauw gebracht was.

Maar toén, toen had haar vader haar door heel Berlijn nagejaagd. En nü? Waarom sprak ze niet? Wat had ze? Hij voelde zich onbehagelijk.

Kim je niet antwoorden, Gertrud? vroeg hij, geprikkeld. Moeder, scheelt haar iets? Zooeven keek je toch heel anders, ’t Is net of het je niet schelen kan, dat ik hier ben.

Hij stond op, liep ongeduldig heen en weer. Annie kwam binnen, bracht een ei en het ochtendblad. Dralend verliet ze de kamer.

Nü, kan je of wil je niet spreken? Moeder, zeg U het dan, als er iets is.

—    Wat moet ik zeggen, Max? vroeg moeder, zacht. Als er iets is, dan moet Gertrud je dat zelf zeggen.

—    Maar U ziet immers dat ze geen antwoord geeft. Gert, hèb je me iets te zeggen, iet onaangenaams?

—    Wenn du das denkst, antwoordde ze, schouderophalend. Ik bin me gar nicht van wat bewusst.

—    Moeder zegt het en dan is het zoo. Kom, vertel op.

—    Ik hab’ nichts zu vertellen.

155

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.