Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    Maar je weet immers nog niet eens alles, zei moeder zacht. Ze heeft verder op aangebeld.

—    Verder op aangebeld? Daar begrijp ik niets van. Hoe bedoelt U dat? Hoe weet U dat?

—    Ze heeft bij Van der Meer aangebeld. Annie zei het, die keek haar na.

—    Dat was heel ongepast, van Annie, zei Helen, streng.

Ze dacht even na.

Maar kan het meisje zich dan niet vergist hebben? vroeg ze dan? Gertrud kent die menschen immers net zoo min als wij. Of. . . .

—    Wat of, Helen?

—    Een dwaze, invallende gedachte, moeder. Maar, mogelijk heb ik toch ongelijk; laat ik het dus liever niet zeggen.

Toch dacht ze er verder op door. Eens had een jonge man haar gegroet, toen ze met Max op straat liep. Deze had toen gezegd dat hij student was en bij Van der Meer op kamers woonde. Was het niet mogelijk dat Gertrud met hem kennis had gemaakt? Was dat dan niet meteen de oplossing, van haar laat aan de koffie komen, dien middag? Als ze nu toch inderdaad bij Van der Meer had aangebeld. . . . ?

—    Helen, zei moeder na een poosje zwijgen, zou ik wel ten volle mijn plicht hebben gedaan, tegenover dat meisje? Als er iets met haar gebeurde, zou ik me het tot eeuwig verwijt rekenen, dat ik niet goed voor haar ben geweest.

Helen schudde glimlachend het hoofd. Haar moeder en een verzuim aan menschlievendheid ? Dat kwam niet bij elkaar. Zijzelf, ja, ze had wellicht wat vriendelijker tegen het meisje kunnen zijn.

—    Beeld je maar niets in, moedertje. Zelfs als U dat kind te logeeren had gevraagd, had U niet méér voor haar kunnen doen. Als er voor iémand reden tot zelfverwijt bestaat, dan is dat alleen Max. Maar ik geloof dat er tot nog toe heelemaal geen reden toe is.

Ze liet haar moeder niet meer alleen. Het werd allengs later. Helen kon zich niet vrij maken van haar gedachten, die steeds meer Gertrud en den student met elkaar in verband brachten. De klok sloeg elf uur.

—    En nu heb ik steeds maar het gevoel dat er haar iets overkomen is, zei mevrouw Branders, opeens. Zoo’n jong meisje en ze is hier toch heelemaal vreemd.

Dit stoorde Helen in haar onprettig gepeins.

—    Lieve moeder, haal je toch niet van die onmogelijkheden in je hoofd, antwoordde ze. Het meisje is immers uit zichzelf de deur uit gegaan, dus wist ze zeker wel, waar ze heen ging. En geloof me, er is niet zóóveel reden tot zelfverwijt. U hebt haar voortdurend behandeld alsof ze een logee van distinctie was, inplaats van het onbeschaafdste schepsel, dat ik van mijn leven heb gezien. Ook hierin heeft ze zich niet ver-

149

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.