Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    Durf je nü nog aan te bellen, zóó iaat? vroeg hij, met méeï teleurstelling dan bewondering in zijn stem.

—    Ik woon hier toch. Het past ook niet, den héélen nacht uit te blijven. En waar moet ik anders slapen? Ik ben moe.

Er werd niet open gedaan. Kees belde nog twee keer, met korte tus-schenpoozen. Dan schudde hij ontevreden het hoofd.

—    Den volgenden keer neem je den sleutel mee, zei hij, schertsend. Is dat iemand in den nacht aan de praat houden. Ik denk dat de oude dame al wakende is ingeslapen. Nu moet je maar met mij mee.

—    En dan? vroeg ze onnoozel.

—    Dan mag je op mijn divan slapen, zei hij, vroom.

Zij liep eerst de trap op en hij droeg haar half, om onnoodig gedruisch te voorkomen. In zijn kamer nam hij haar op zijn knie en zoende haar lang.

—    Warom doe je dat? vroeg ze, grappig.

—    Je moet niet boos op me zijn, fluisterde hij. Maar, Van der Meer heeft niet graag dat de divan beslapen wordt.

Moeder kwam Helen bij de deur tegemoet, het gelaat bewogen van bezorgdheid.

—    Helen, Gertrud is weggeloopen, zei ze zacht. Waar zou ze heen zijn?

Helen schrok, doch haalde dan de schouders op. Ze streelde moeders wang.

—    Ga zitten, moedertje, maak je maar niet ongerust. Ze is geen klein kind.

—    Maar wat moet ze bij avond alleen op straat doen? Het was wel onprettig voor haar; ze had zich van den avond zooveel voorgesteld. En nu kwam Max niet eens even thuis.

—    Misschien loopt ze wel de straat op en neer, tot haar booze bui is afgezakt, zei het meisje, een beetje grimmig. Voor een brutaaltje als zij, hoef je je heusch geen zorg aan te trekken.

Helen ging zitten en keek, schijnbaar heel gerust, de krant in. Innerlijk was ze verstoorder op Gertrud, dan ooit. En ze foeterde tegen zichzelf, dat ze al die narigheid wel had kunnen voorspellen en toch goed had gevonden, dat Max zoo’n proletenkind in huis bracht. Het werd met den dag fraaier. Nu bleef Max Weg en had moeder zorg en verdriet om de gevolgen van zijn onverantwoordelijk gedrag.

Kom, moedertje, tob nou maar niet. Als ze haar woede heeft uitgevierd zal ze wel terug komen. Laten we maar een kopje thee drinken.

Ze schonk voor haar beiden in.

148

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.