— Dat is een gewetensvraag, antwoordde Bouwer. Denk er een week over na.
— En dan? Word ik dan ontslagen, als ik mijn principes niet verloochenen wil? vroeg de jonge man, onrustig.
— Je ziét de situatie verkeerd en daarom stel je de kwestie óók verkeerd. Als jou blijkt dat de wegen van het Verbond tegen jouw principes ingaan, dan moest je niet eens op ons bureau willen zijn. Voel je er wat voor, redacteur aan het Dagblad te worden?
Bogaerts keek hem wantrouwend aan.
— Is dat dan soms wél in het belang van het Verbond?
— In zekeren zin . . . . ja. Het Verbond moet spoedig zijn éigen dagbladen hebben, om te beginnen althans één. Als het jou nu eens mocht gelukken, bij hén een zekere vaardigheid op te doen, dan zou je dat goed te pas komen, als redacteur van onze krant.
— Maar merk je dan niet dat je het onmogelijke van me vergt! riep hij, in wanhoop. Ik kan het toch niet met mijn geweten overeen brengen, er als verrader binnen te dringen. Bovendien zou Sauerman me zéker niet aannemen.
— Je bent een moreel hoogstaand mensch, concludeerde Bouwer, ironisch. Ik mag dus in élk geval hopen, dat je éven eerlijk tegenover het Verbond staat.
Hij keek Bogaerts een tikje spottend aan; de jonge man zweeg.
Best, ging de leider goedgeluimd voort, als had hij bevestigend geantwoord. Geef me dan een bewijs van je goede trouw, door een baantje bij het Dagblad te vragen. Voorloopig hou je nog je halve salaris en als onze krant er is, kun je dadelijk overkomen.
— Verbeeld je maar niet, dat Sauerman verlegen om me zit, zei Bogaerts bitter. Al zou er een plaats vacant zijn, kunnen ze daar gemakkelijk véél geschikter lui voor krijgen dan ik ben.
— Allicht, gaf Bouwer toe. Maar je hebt één voordeel; je bent, wat men noemt, een knappe jongen en daar is Sauerman niet ongevoelig voor. Wie weet, val je wel in zijn smaak.
Bogaerts werd bleek. Hij stond op.
— Dat is een beleediging, Bouwer.
— O, volstrekt niet, antwoordde deze, kalm.
De telefoon belde. Mea greep de microfoon.
— Het is Wieler, zei ze dan.
— O! Nu, excuseer me dan, Bogaerts. Denk er dus nog eens over na en zeg me over een week je besluit. Doe de deur achter je dicht, als je wil. Hallo! . . . . Ja, mét Bouwer. ... In de Rotterdamsche Ijzergieterijen, zeg je? . Af lasten, Wieler, die staking komt ongelegen, jongen. . . . Maar man, dat was immers toen een héél ander geval. ... Ik beloof je méér actie, dan je in de laatste tien jaar hebt beleefd, als je
13 9