Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



gegeven, dat hij en zijn vrouwtje raad noodig hebben. Ik wacht nu maar een paar dagen af, wat hij doet.

—    Het staat je niets mooi, Suze in spionnage te betrekken, zei het meisje, afkeurend.

—    Och kom, dat doe ik immers niet. Ik zei het zoo terloops tegen haar. Roep Bogaerts eens.

Mea belde. Er werd geklopt.

—    Riep je, Bouwer?

—    Ja, ga zitten, Bogaerts. Heb jij Breebaart in de laatste dagen nog gesproken?

—    Neem me niet kwalijk, dat zijn mijn zaken, zou ik zeggen, gaf de secretaris wrevelig ten antwoord.

—    Volkomen waar. Ik dacht zoo, dat het je hier niet meer beviel, en dat de Dikke nu zijn best deed, een ander baantje voor je op te duiken. Heb ik het dus mis?

—    Hoe kom je er bij? Hij is er juist erg op gesteld dat ik hiér blijf.

—    Dank je. Dat had ik nu willen weten.

De gedistingeerde jonge man kleurde van ergernis, dat hij zich versproken had.

—    Waarom zou ik veranderen? zei hij, korzelig. Ik hou van mijn werk en ik verbeeld me dat er niets op aan te merken valt.

—    Steek een sigaar op.

—    Dank je, ik rook liever niet. Als je er op uit bent, me een hak te zetten, draai er dan niet omheen; zeg het liever ronduit.

—    Ronduit zou ik willen zeggen dat ik er zéér op gesteld ben je hiér te houden, zoolang ik zelf voorzitter ben, zei Bouwer, ernstig. Maar, bedenk dan wel, Bogaerts, we hebben, nu méér dan ooit, den héélen man noodig. Ben je dat, voor het Verbond?

—    Ik heb er altijd een eer in gesteld, ten volle mijn plicht te doen.

—    Dat weet ik en daar betaalt het Verbond een hoog salaris voor. Maar de constellatie is aan het veranderen. Bij de aanstaande Algemeene Verkiezingen komt het Verbond met éigen lijsten uit; nergens mét, misschien op een enkele plaats naast, maar in de meeste Kieskringen tégen de Partij. Kunnen we op je rekenen, dat je ons met volle kracht helpt, óók tégen de Partij, als het moet? Zijn plicht te doen zonder méér, is namelijk niet genoeg, in de Arbeidersbeweging. Wat wij van ons zelf en anderen eischen is, goede wil, geestdrift en initiatief.

—    Ik ben lid van de Partij, zei Bogaerts nu aarzelend. Dit is dus voor mij een gewetensvraag.

—    Ik ben óók partijlid en de meeste bestuurders van de aangesloten bonden zijn het. Maar voor hen en voor mij, staan het belang en het doel van het Verbond hooger dan dat lidmaatschap.

—    En wat noèm je dan, het belang en doel?

138

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.