Dien eersten middag, bij de kennismaking en tijdens de koffie, was het Max opgevallen, dat Helen zich liefst op een afstand hield, van Gertrud. Ze had slechts nu en dan een woord tegen haar gezegd en scheen weinig te zijn voldaan, door de antwoorden van het meisje. Hij had, op reis reeds, Gertrud geraden zoo min mogelijk over haar vroegere omstandigheden te spreken, doch het nagelaten haar te zeggen, wat ze dan antwoorden moest, indien haar naar haar familie en verleden werd gevraagd. Hij had het niet van zich kunnen verkrijgen haar onwaarheden in te prenten, om tegen zijn moeder en zuster te zeggen.
Toen Helen naar haar kamer ging was hij haar gevolgd, om haar te vragen hoe ze over Gertrud dacht èn, of ze een weinig tegemoetkomend tegen haar wou zijn. Maar het bleek niet zoo gemakkelijk te zijn, daar zoo over te beginnen.
Is er iets wat je hindert? had hij gevraagd. Ik hoop maar dat je er niet boos om bent, dat Gertrud hier een paar dagen blijft. Zoodra ik een woning gevonden heb, trouwen we. Het is dus maar een kwestie van ten hoogste een paar weken.
Ze had goed gevonden dat hij een sigaar aanstak. Maar na zijn vraag had ze hem eenige oogenblikken peinzend-onderzoekend in de oogen gestaard, als was hij een leerling van haar, dien ze van een leugen verdacht, voor ze, voorzichtig, antwoordde.
— Hinderen of boos zijn is het juiste woord niet, Max, had ze toen met nadruk gezegd. Maar, als je er werkelijk op gesteld bent te weten, hoe ik over dit geval denk, dan zul je er wel niets op tegen hebben, me eerst een vraag te beantwoorden. Is Gertrud, wat moeder en ik zouden noemen, wel een fatsoenlijk meisje?
Toen ze deze vraag had geuit, was het hem meteen duidelijk, dat zij geen ontwijkend antwoord zou aanvaarden. Of hij nu een romantische öf de meest aannemelijk-klinkende verklaring zou geven van de omstandigheden, die hem hadden gedrongen het meisje mee naar Holland te nemen, om er een nieuw leven te beginnen, Helen zou, als antwoord, slechts de schouders ophalen. Zoover hij haar kende, bestond voor haar niet de minste vaagheid aangaande de grens tusschen fatsoen en onfatsoen, als het haar eigen sexe betrof. En nu eerst begreep hij hoe onberekenbaar dom, ten aanzien van Gertruds reputatie bij zijn familie, èn,
”5