Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



de liefde gesproken. En juist Kaufmann, de man dien ze verachtte om zijn gluiperig-flirten met iedere vrouw, om zijn hijgend azen op elke getrouwde vrouw, was de persoon die het interessantst en het gevoeligst de boeken kon citeeren, waarin dat vraagstuk uitgebreid behandeld werd. En nu beweerde Bouwer, de man die in de Beweging èn in de Partij momenteel den sterkste werd genoemd, de man die, zonder dat hij het klaarblijkelijk besefte, op weg was naar het scheppen van de dictatuur, de man die meer dan eenig ander in de Partij gehaat, maar nog meer gevreesd werd, dat de liefde een sprookje was, een afleiding voor menschen met veel vrijen tijd. Was alles dan gelogen öf had haar held, het afgodsbeeld van het Verbond, verstandelijk beenen van leem, en dus niet, zooals velen dachten, van staal?

—    Meen je nu wérkelijk dat jij óók zoo dacht, of ook heelemaal niét dacht, toen je trouwde? Leefde in dien tijd dan niet de overtuiging in je, dat je Lena en niémand anders moést hebben en dat je liever je leven lang alleen bleef, dan met een ander te trouwen? En trouwde zij ook zoo, zonder eenig ideaal? Maar, dat kan ik niet gelooven, dat verdraag ik niet. Dat is een beleediging voor het hooger-menschelijke, in je, dat is een aanranding van het mooiste dat in den mensch leeft. Dan zou je heele huwelijksleven één leugen zijn geweest, dan moeten jullie altijd naast en nooit mét elkaar hebben geleefd.

Ze wond zich op en sloeg met haar vuistje op tafel. Hij keek haar aan, vond haar koddig-dapper, maar dorst niet te lachen, uit vrees haar te krenken. Maar wat ze zei, vond hij bovenal zoo onbelangrijk, dat hij in haar ernstig gezichtje moest blijven zien, om zich overtuigd te houden, dat ze het inderdaad meende.

—    Mea, begon hij eindelijk, zachtzinnig als sprak hij tot een kind, jij denkt daar nu zoo over, omdat je in een stad geboren bent en je veel romans leest en druk naar die prullige liefdesblijspelen gaat. Maar heusch, Lena en ik zien ons leven nooit als een leugen en wij liegen ook nooit tegen elkaar, omdat er nooit iets gebeurt, wat we elkaar niet kunnen zeggen. Het eenige is, dat we een beetje verschillend zijn. Zij is niet graag onder de menigte, het liefst blijft ze in haar huishouden. Ik ben daarentegen zelden thuis; maar dan voelt ze zich tevreden met Wimpie. En voor het huwelijksleven, altijd thuis zijn, ben ik nu weer niet geschikt; het zegt me niets. Ik moet het gewoel van de menschen om me heen zien en voelen en ben pas op mijn plaats, als ik de honderden, de duizenden om me heen zie deinen, als de golven in de zee. Maar daarom komen we juist goed bij elkaar. Ik zou geen vrouw kunnen hebben, die altijd bij en om me heen was, een die precies op de hoogte wou blijven van alles wat ik deed en die zich met alles bemoeien wou.

—    Dat denk je nü, omdat je niet wérkelijk van je vrouw houdt, écht

110

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.