Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



én véél en omdat zij ook nooit zóó van je gehouden heeft, als moést. Als ik niét machtig veel van een man hou, dan trouw ik niét, liever nóóit. Maar, als ik eenmaal getrouwd zou zijn, dan zou ik geen uur de gedachte verdragen kunnen, dat hij narigheden zou ondervinden en soms gevaren doorstaan, terwijl ik lui en gemakkelijk thuisbleef.

—    Zou je dan altijd bij je man willen zijn, als je getrouwd was? vroeg hij verbaasd. Zie je nu niet in, wat een romantische onzin dat is?

Ze sprong op, liep de kamer heen en weer.

—    Ja! riep ze, hartstochtelijk, ik wél. Als ik met jou getrouwd was, zéker. Ik zou anderen de woorden niet gunnen, die je hun zei en die ik niét hoorde. Ik zou niet dulden, dat anderen den klank van je stem genoten en den gloed van je lach, zonder dat ik óók aanwezig was. Ik zou geen Lena kunnen zijn, nee nooit.

Ze bleef voor hem staan en legde de hand op zijn schouder.

Weet je Willem, in Utrecht voelde ik het al zoo en toen wist jij misschien niet eens dat ik in de zaal was. Toen Wieler was uitgesproken en je hand greep, toen zij allen opstonden en je toejuichten, jou de Internationale toezongen, toén was het me opeens, of jij een stuk van mij was, en ik van jou. Ik had de gewaarwording, of een geheimzinnige kracht me ophief en naast je droeg, of ik luid door de zaal schreeuwde dat ik je vrouw, je geliefde was, dat ik mijn verantwoordelijkheid, over jou, aanvaardde, en beloofde, over je te waken.

—    In Utrecht? vroeg Bouwer, hield je toén al van me?

Hij meende weer de geur van daarstraks te ruiken, voelde de warmte van haar handje, dat nog steeds op zijn schouder lag, door heel zijn lichaam trekken.

Toen hield je immers van Van Berghem en was je verloofd met Hellinga.

—    Ik wil niet meer over dien kwal hooren! riep ze, stampvoetend. Ik heb nooit van hem gehouden, nou weet je het. Hij was aardig voor me en ie had beloofd me te trouwen, als zijn krankzinnige vrouw stierf. Maar dat verlangde ik niet eens. Ik was tevreden geweest, als ie me zóó bij zich had genomen.

—    En tóch beweer je dat je nooit van hem hield.

—    Ik hield ook niet van hem! schreeuwde ze bijna. Wat wist ik toen, van iemand te houden, wat wist ik er van? Ik had willen pronken met mijn man, getrouwd of niet getrouwd, een man die Kamerlid was en nóg een massa voorname funkties had.

—    En zie je nu niet in, dat dat hetzelfde was, als je nü dringt te gelooven, dat je van mij houdt? Begrijp dan toch dat het onwaardig is, om zulke redenen met een man te willen leven.

—    Het was onwaardig van me, het was verkeerd van me, gaf ze toe. Maar wat was ik toén? Een onbenullig, ijdel meisje, dat van de groote

in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.