Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



ruwen toon. Eerst hield je van Van Berghem en tegelijk verloofde je je met Hellinga en nou beweer je inééns dat. Nee, Mea, voor mij is dat allesbehalve een reden, je te vertrouwen; éérder het tegendeel. Vertrouwen doe ik menschen die van hun werk houden, om het genot van het werk en om het doel. Maar....

Ze ging in zijn weg staan en greep zijn kolossale hand in haar beide fijne knuistjes.

—    Maar een vrouw die beweert van je te houden, kun je niét vertrouwen, wil je zeggen? Heeft er dan nog nóóit een vrouw zóóveel om je gegeven, dat je beseffen kan, van hoe groote waarde dat voor je kan zijn?

Toen liet ze zijn hand los en viel in haar laag stoeltje neer, hijgend, als had ze een werk verricht, dat voor haar te zwaar was.

Nu ontstelde Bouwer en voelde spijt, van zijn schijnlijk ruwen uitval. Hij vreesde dat hij haar zwaar gekrenkt had, door zijn voorgewend wantrouwen. Om het weer goed te maken schoof hij zijn stoel naast den hare en legde beschermend zijn arm om haar schouders. Toen hief ze het hoofd op en zag hem met van extaze-glanzende oogen zoo warm aan, haar mond een weinig geopend van hijgend verlangen naar hem, dat hij, hoe vreemd het hem ook was in de meisjes in de Beweging iets anders te zien dan helpsters aan de groote taak, haar heele wezen nog slechts zag als één vraag om zijn, één overgave van haar liefdekus. Dat deed hem nog ongewoner aan, dan haar bekentenis van zoo even. Hij schudde zachtjes het hoofd, als bevond hij zich tegenover een raadsel, dat hem niet gegeven was op te lossen. Maar wel begreep hij, dat ze zóó niet konden blijven zitten.

—    Zóó bedoelde ik het niet, Mea, zei hij, met voor hem zachte en gevoelige stem. Ik vertrouw je wél. Je bent het liefste meisje dat ik ken en ik ken niet één, die meer te vertrouwen zou zijn, dan jij. Geef me nou een hand en laten we vrienden blijven.

Ze wierp zich achterover en hield de handen op den rug. Tranen welden in haar oogen op.

—■ Jij houdt dus niét van mij en het kan je niets schelen of ik van jou hou? vroeg ze, ontroerd. Gééf je dan heel niet om liefde, Willem? En als de arbeiders je blij toeroepen, als je op vergadering komt en juichen, als je gesproken heb, doet dat je dan óók niets? Dat is toch ook liefde.

Hij schudde het hoofd.

—    Nee, Mea, als de arbeiders een beetje om me geven en mijn werk waardeeren, dan voel ik het of ze mijn kinderen zijn. Zóó ^ie ik ze, of ze oud of jong zijn, en mezelf, als hun vader. Maar de liefde van en vóór een vrouw, dat is heel iets anders. Een leider, een vader van de menigte, mag zich niet overgeven aan een persoonlijk gevoel, mag zich

108

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.