Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    Zie je Van Berghem nog wel? vroeg hij plotseling, onder het schrijven van een briefje.

—    Ik heb niets met hem te maken, antwoordde ze, onverschillig.

Ze keek hem scherp aan en zei toen:

En ik ben immers verloofd.

Hij knikte, een beetje stug, vond ze.

—    Met Frits Hellinga, niet? De Dikke beweerde laatst dat hij de communisten inlichtingen overbracht, uit huishoudelijke vergaderingen. Toen gaf Kaufmann den raad, hem onder jouw toezicht te plaatsen, om hem na te gaan. Dat heb je dus op je genomen?

Ze werd bloedrood en stond gekrenkt op. Verontwaardiging schitterde in haar oogen.

—    Kaufmann kan voor mijn part stikken, bah, ik ben vies van dien vent. Laatst heb ik hem een tik op zijn huichelachtigen smoel moeten geven. En ik ben geen spion, als je dat maar weet. Frits houdt van me, daar kan ik niets aan doen, maar daarom juist....

—    Zet door, Mea, zei Bouwer, geamuseerd door haar verontwaardiging.

—    Zoolang ik zijn verloofde ben, kan een ander hem tenminste niét bespionneeren en ik laat hem ook niet belasteren. Ik ken er zat in de Partij, die, wat eerlijkheid en rechtschapenheid aangaat, bij hem een lesje kunnen nemen. Als hij zoo’n schoft was als sommigen, in de Partij, zou het hem misschien vrij wat beter gaan. Nü kan hij het op géén bureau langer dan een maand uithouden. Hij is tè eerlijk.

—    Nou doe je me aan Suze’s vader, Linke Gerrit, denken, zei hij lachend. Die zijn stopwoordje is tegenwoordig, „op wie gemunt?”

—    Ja, die engerd van een Colter zegt het hem voortdurend na, tot vervelens toe.

—    Dus eigenlijk ben je met Hellinga verloofd, om hem tegen den Dikke en Kaufmann te beschermen, zei hij, plagend. Dat is edel.

—    Vind je?

Ze ging weer zitten en keek hem tersluiks, onder haar neergeslagen wimpers, aan.

Maar, toch het méést, om Van Berghem te pesten, zei ze dan.

—    Ja, dat gebeurt wel meer, als men nog van een gewezen vriend houdt.

—    Houden, van zoo’n ouden kwezel, viel ze spottend uit. Ik weet niet van wien éérder, dan van hém.

Ze trok zoo’n minachtend gezicht, dat Bouwer haastig den kop van den mond moest nemen. Hij proestte het uit.

—    Gelijk heb je, een kwezel is hij. Ze willen hem redacteur maken van het Dagblad, heb ik gehoord. Nou, bij dat stel slaapkoppen is ie

106

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.