Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



arbeid alléén den naam kennen. Daarom is ons Verbond en géén instelling daar buiten, de Arbeiderspartij en élke Partij die zich óók zoo noemt, stelt zich tégen en niet naast ons. Bij de nieuwe verkiezingen zullen de arbeiders zelf hun kandidatenlijsten opmaken, uit hun eigen mannen en dezen tot hun vertegenwoordigers in de Raden en Kamers kiezen, inplaats van lukraak op namen te stemmen van menschen, die zich door intriges of geld of nog minderwaardiger middelen op de lijsten van de Partij weten te doen plaatsen. Dat is voortaan ónze politiek, het program van ons Verbond. En blijkt het ons noodig, dan zullen we óók onze dag- en weekbladen stichten, om de arbeiders hun eigen lectuur te verschaffen, inplaats van dat aftreksel van burgerlijke bladen, waarmee Sauerman en zijn span kantoorjongetjes hun verstand verpesten. Je weet dus wat je aan ons hebt en wat wij van jou vergen; doe je nog mee, of niet?

—    Ja, heel graag, want ik hou van het werk en ik ga trouwen en moet mijn kost blijven verdienen.

—    Bizonder idealistische redenen heb je niet, zei Bouwer, maar enfin, je huichelt er tenminste ook niet om. Praten kan je, dat weet ik, als je maar een onderwerp hebt. Denk dus op je gemak na over alles wat ik je heb gezegd en zie dat je er een propagandarede uit distilleert. We gaan spoedig met een club den boer op, het heele land bewerken. Misschien kan jij dan de kleine plaatsen in Noord Holland voor je rekening nemen. Het kan óók zijn, dat er plotseling ander werk voor je komt. Hou je dus gereed. Hou je niet afzijdig van Bogaerts en zijn vrienden, maar denk er om, dat je je mond niet voorbij praat. In de oogen van de arbeiders ben jij óók een burger, dus men let altijd op je. Oogen en ooren altijd open, doch alleen praten, als dat in óns belang is. Ben je vanavond bezet?

—    Mijn aanstaande vrouw is nog heelemaal vreemd en spreekt bijna geen woord Hollandsch. Ze moet nog even wennen.

—    Drommels, je hebt je wat aangehaald. Neem van mij een raad aan, laat een vrouw nooit de baas over je zijn, zelfs niet in haar of jouw gedachten. Is ze mooi?

—    Ik vind van wel, zei Max, lachend.

—    Zooveel te erger voor jou, als ze zich daarvan bewust is. Hou haar dan maar uit de buurt van Kaufmann.

—    Die is immers ook getrouwd, antwoordde Max, ongerust.

—    Nou, juist daarom. Wat wou je, moeder Kooymans?

Onder hun gesprek was, door de achterdeur, een vrouw binnen gekomen.

—    Blijf je koffie drinken, Bouwer? vroeg ze.

—    Ja, moeder Kooy. Moeder Kooy is onze huishoudster, of, kende je haar al?

103

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.