— De koffer van de juffrouw kan naar mijnheers vroegere kamer, Annie. Max, misschien wil Gertrud wel mee, om zich meteen wat te verfrisschen.
Max vroeg het haar en ze knikte gretig ja. Ze voelde zich niet erg op haar gemak tegenover die vreemde dame, die zoo heel anders was dan haar moeder. En innerlijk hoopte ze het dienstmeisje een en ander te kunnen uithooren, aangaande haar aanstaande schoonmoeder en schoonzuster.
Weer alleen met moeder in hun oude, lieve huiskamer, voelde Max grootendeels de beklemming, die hem sinds zijn eerste ontmoeting met Gertrud bevangen had en hem als in stalen tangen had geknepen, toen hij de tragedie van Carl en Olga meemaakte, van zich wijken. Thuis en in Holland, met Gertrud, kon hem immers niets meer gebeuren. Nu ging hij de belooning voor alle uitgestane ellende tegemoet, nu zou hem eindelijk het geluk toelachen, na al den tegenspoed van den laatsten tijd.
— Wel, moeder? vroeg hij, in een opleving van zijn oude vroolijk-heid en schoof intusschen haar stoel en den zijnen tegenover elkaar. Man tegen man, hoe bevalt je mijn Gertrud?
Moeder streelde op de oude, lieve manier, zijn haar en hand.
— Ze is werkelijk zoo mooi, als je schreef, Max, maar meer kan ik niet zeggen. Ik ken het kind heelemaal niet. Maar je bent boven de dertig en zult zelf wel het beste weten, wat goed is, voor je geluk. Tenminste, dat hoop ik.
— Maar U vindt het toch wel goed?
— Goed, jongen? daar vragen de moderne kinderen immers niet meer naar. Ik heb wel altijd gedacht, dat er in Holland genoeg lieve, deugdzame meisjes zijn, om daar een uit te kiezen. Nu kan ik alleen nog maar hopen dat je er nooit spijt van mag hebben.
— En Helen, wat zei zij er van?
Moeder aarzelde.
— Kijk jongen, als ze een oordeel heeft, kan ze dat wel persoonlijk zeggen, nietwaar? Ze is heel verstandig, dat weet jij ook wel, maar nogal critisch van aard. Laten we maar hopen dat de meisjes het met elkaar kunnen vinden. Maar nu kan je niet in huis slapen, Max, dat gaat nu niet. Of moet je misschien weer spoedig op reis? O ja, dat vergat ik haast. Op het bureau ligt een telegram voor je.
Hij haalde het en las het:
„Kom dadelijk op bureau.
Bouwer.”
— Ik moet op het appèl verschijnen, zei hij, glimlachend. Wat bedoelt U, moeder? Mag Gertrud hier blijven, tot we getrouwd zijn?
99