TROUWEN. 189
hand, die hem tot ruste kon streelen. Naar haar koele zachtheid, die zijn voorhoofd zou verfrisschen, zijn brandende handen koelen. O — zoo’n liefdehand......
Hij zakte — door oververmoeidheid geheel zonder weerstand, op zijn bed neer.....
En — in zalig vervlieden naar verre dreven, doorvoer hem een wellustadem......
Den volgenden dag trouwden zij.