Trouwen

Titel
Trouwen

Jaar
1921

Pagina's
194



184 TROÜWEN.

ken lach, met haar onschuldige oogen.

Zoo was zij geweest, tot heden toe ; nu wist hij beter.

Doch nu was het te laat; morgen zou ze de zijne zijn.

Hij sidderde.

Neen — neen. Niet zal zij de zijne

wezen...... maar hij zal van héér zijn.

Dan — zal ze niet meer behoeven te zwijgen, te liegen en onschuldig te lachen. Dan is hij aan haar overgeleverd — aan handen en voeten gebonden, voor zijn leven lang...

O God...... overgeleverd aan haar--

aan een meid--de maitresse van een

goj. Snijdend gilde het in hem op : Lafaard 1 Lafaard......1

Laf 1

Een lafaard zou hij zijn — een honderdvoudige lafaard. Hij mocht niet met haar trouwen — hij mocht niet meeliegen — dien

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.