TROUWEN. 157
j.4— En daar m — viel Simon bitter uit, was ik goed genoeg om jou te helpen, je
liefde te vergeten...... Of liever — zijn
persoon. Toen mocht ik wel met je trouwen, om je — jouw eigen woning te verschaffen......waar je bedaard en op jouw manier
zou kunnen mijmeren over de dingen die
voorbij zijn. Over oude liefde en......en......
alzoo meer......
i. Bedacht je dan niet — vroeg hij met krachtiger stem — dat ik — als ik je man zou zijn — dan al mijn rechten zou doen
gelden ? Denk je '— dat ik...... als ik jou
alleen liefhad, jou zou vergunnen te denken...... te mijmeren over anderen......?
Je vergat zeker — dat ik...... je man
zijnde...... je geheel zou willen hebben, als
mijn vrouw. Je lichaam niet alleen, maar ook je ziel — je gedachten — je verlangens...... Dat ik — in één woord gezegd,