126 TROUWEN.
— ...... Wel eens wat...... viel Selly in.
— ...... te bespreken hebben. Vooral......
als ze......
— ...... gauw gaan trouwen, besloot
Selly. Dan smulde ze weer even aan haar sonnet.
Simon vatte instinctief den goeden toon.
— Hoort eens, meisjes, zei hij hartelijk, je bent lieve schoonzusjes en je hebt innig gevoel, ’t Is waar, ik heb nog verbazend veel met Roos te bespreken......
— Zie je nou wel...... we gaan niet......
— ...... mee. Dan kan je...... het weer
is zoo mooi. „O rozen......” zei de lyrische.
— Nee kinderen — dat bedoel ik niet. Ro heeft je gevraagd...... en ze zou den
ken dat ik je niet wil meenemen.
— Dat weet ze wel beter.......
— Ze zal ’t zich niet zoo erg aantrekken.
— Nee — heusch — ik heb liever dat