lief geweest kindje?” Ja, dan moest je wel een beetje jokken, want je kon moeder, die toch al zoo ziek en zwak was geen verdriet doen.
lederen dag weer nam Tine zich voor nu toch wat liever en gehoorzamer te zijn, terwille van die arme moes, maar alle goede voornemens faalden, den volgenden dag was het zorgelooze kopje ze alweer vergeten.
Toen eindelijk die moede oogen zich voor goed gesloten hadden, was ’t te laat om zich te beteren, en hevig waren de verwijten geweest, die Tine zich gedaan had.
En toen kwam de groote verandering. Er kwam een huishoudster, een goede, degelijke vrouw, die zich van den beginne af kantte tegen Tine’s onbezorgd leventje en zich danig ergerde aan haar verregaande slordigheid.
Met vaste hand pakte ze het kind aan, dat zich woest tegen dat streng aanpakken verzette. En iederen avond werd Tine’s zonde-register bij vader opengelegd. Er was niets tegen in te brengen, zelfs de broers konden hun afgod niet verdedigen. En allen zagen ze, hoe ze in hun blinde liefde, het kind, dat toch van nature geen slechte inborst had, onnoemelijk veel kwaad gedaan hadden.
Na lang wikken en wegen werd dan ook het besluit genomen, Tine onder een degelijke liefdevolle leiding te stellen.
Door toedoen van Tine’s tante, die Mevrouw
92