„Wat een schitterende dressuur,” lachte mevrouw Cortelingen.
„O, maar ze zijn niet altijd zoo volgzaam,” zei mevrouw Tervaart. „Maar we zullen partij trekken van hun gedweeheid en zoo neem ik uwe invitatie voor ons allen aan.”
„Hoera!” riepen de kinderen in koor.
„En hoor eens,” zei mevrouw Cortelingen. „Ik reken erop, dat Dien en Loe ook meekomen, die hooren bij ’t huisgezin, is ’t niet Jo?”
„Wat lief van u,” zei Jo met haar warm stemmetje.
Nu, Dien en Loe wilden heel graag meekomen en zoo werd afgesproken, dat de heele familie dan tegen drie uur haar entrée zou maken bij „de nieuwe buren”.
Toen vertrokken mevrouw en Nettie en kregen de pleegkinderen permissie om nog een mirt je in het Indianen-kamp te vertoeven.
Dat van die permissie een gretig gebruik werd .gemaakt, behoef ik niet te zeggen.
.86