Even later kwam vader binnen en zetten allen zich aan het ontbijt.
„Jop,” vroeg vader. „Ga je mee vanmiddag een fietstoertje maken?”
„Vanmiddag!” riep Jo in heilige verontwaardiging.
„Wel, wat is er dan vanmiddag?” vroeg vader met een dood-onnoozel gezicht.
„Hè!” zei Jo een beetje beleedigd. „Weet u dat nu niet meer!”
„Plechtige opening van de Indianen-tent en receptie in den wigwam met Hoog Bezoek van de geiten-kolonie van hiernaast,” plaagde Rob. „O ja, da’s waar ook,” zei vader.
„Vrouw, heb je m’n rok en witte das wel klaargelegd?”
„Natuurlijk man,” lachte moeder. „Je hooge hoed moet alleen nog even opgestreken.”
„Is ’t heusch?” vroeg Jo weifelend.
„O!” gierde Rob. „Hou me vast, ’t wurm gelooft ’t nog.”
„Nou jongen,” zei Jo beleedigd. „Maak maar zoo’n drukte niet.”
„Wees jij maar zoet, hoor Jop! Je vader komt ook op de receptie. En als ik erge goeie zin heb, steek ik een speech af.”
„Vader, breng je me naar school?” vleide Jo. „O, ze maakt direct gebruik van je milde stemming,” lachte oom.
„Och, vergoelijkte vader, „’t Is begrijpelijk
78