„Oom ” begon hij weer, „sta non op!”
Er kwam geen beweging in de roerlooze gestalte.
„Gommenikkie, wat slaapt die vast,” bromde Rob. Nu schudde hij oom bij diens arm.
Oom gaf een lange eind-sriurk, draaide zich met een vaart om en sliep rustig door.
Nu werd ’t Rob toch te machtig. Zijn geduld raakte op.
„Wacht even, we zullen hem er wel uitkrijgen,” mompelde hij en behoedzaam naderde hij de waschtafel, nam de groote spons, maakte die flink nat en schuifelde nu op z’n teenen naar het bed. Juist wilde hij zijn onschuldig slachtoffer met een flinke straal begieten, toen plotseling oom W im het bed uitsprong, zich boven op Rob wierp, hem de spons ontrukte en nu begon Rob’s gelaat een flinke beurt te geven.
„Dat dacht ik wel, schurk! Wou jij me even wasschen, he? Maar dat zat je niet glad!”
„Gemeenert!” lachte Rob gesmoord. „Je was natuurliik al lang wakker. Ik ben kletsnat, laat
Ü Ö "
me nou los!”
Oom WTim liet z’n prooi, die er uitzag als een natte poedel, los. „Nou gauw voortmaken,” zei oom Wim. „Vooruit, ga jij vast naar beneden. In het tuinhok ligt het groen en de blommen en alles wat we verder noodig hebben. Ik kom gauw.”
Rob haastte zich naar beneden. Hij moest
73