DE RECEPTIE IN DE INDIANEN^TENT
Den volgenden morgen om zes uur klopte Rob aan oom Wim’s kamer.
„Oom,” riep hij zacht, „sta nou op, we moeten de boei in orde maken.”
Geen antwoord.
„Toe nou, oom, wees nou niet zoo flauw, sta nou op, anders heb ik geen tijd meer, vóór ik naar schoo! ga.”
Geen antwoord. — alleen een vervaarlijk gesnurk.
Rob stond in beraad. Hij durfde niet harder roepen, uit angst, dat vader en moeder, die op dezelfde etage sliepen, wakker zouden worden»
Zou de deur op slot zijn? Even zacht probeeren. Neen, warempel, de deur ging open.
Voorzichtig gluurde Rob naar binnen.
Oom Wim’s blonde lokkenpracht lag verward over het hoofdkussen en hij snurkte als een os, vond Rob.
72