vrouw Tervaart. „Onder Indianen neemt men het zoo nauw niet.”
„Nu, als ik ’t niet al te druk heb, dan hoop ik de wigwam van den machtigen Winnetou te bezoeken.”
„Hè ja, mevrouw, u gaat mee,” zeiden de meisjes en de Indianen-buren dreigden haar te komen halen en als gevangene mee te voeren, als ze geen gevolg zou geven aan hun invitatie.
„Nettie ook mee, hè moesje?” vleide het kleine ding.
„Ben je dan niet bang meer?” vroeg Jo.
„Nee, Nettie wil ook Indiaan worden,” zei ze dapper.
„Goed, kleine schat,” zei Jo. „Jij wordt ook een Indiaan.”
„Zoo Indianen,” zei mevrouw Tervaart. „Nu uitkleeden, want Dien en Loe moeten naar huis en wij aan tafel.”
„Dag, dag tot morgen!” klonk het van alle kanten en de buurtjes gingen naar binnen, allen zeer ingenomen met de nieuwe kennismaking.
71